Gepost door: athahualpa | juni 28, 2009

Crisis, hoezo crisis? Cruises!

Geachte lezer,

Hoewel we officieel de ergste crisis sinds de jaren dertig meemaken is dat toch niet overal even zichtbaar. Ik ben dit weekeinde maar niet  afgezwaaid naar het grensgebied tussen Peru en Bolivia, zodat ik getuige kon zijn van het drukste weekeinde aan de cruiseterminal in Amsterdam. Twee schepen uit de grootste klasse legden hier zondag aan. In totaal zo’n 5000 passagiers hebben een kort bezoekje aan Amsterdam gebracht. Hoewel, het kunnen er ook wel 7500 zijn. Ik geloof dat voor een van de schepen Amsterdam begin en eindpunt is van een twaalfdaagse cruise langs de Noorse kust. Dus bij aankomst in de vroege morgen stappen 2500 mensen van boord, en ’s avonds vertrekt het schip voor een nieuwe reis met 2500 andere mensen. Wat kost nu zo’n reis? Dat hangt er van af waar je als passagier genoegen mee wilt nemen. Een hut zonder uitzicht kost al gauw 1500 euro. De duurste suite daarentegen moet 3000 euro opbrengen. Maar reken maar dat er nog veel kosten bijkomen.

IMG_2105

Maar wat is nu het verband met de crisis? Dat weet ik ook niet precies. Echter, als er in de scheepsbouw sprake zou zijn van een crisis, dan geldt dat zeker niet voor de bouw van cruiseschepen. Steeds meer rollen er van de helling af en het lijkt erop dat dit nog wel even zo door gaat. Dus er is grote vraag naar. Men kan dan niet anders dan constateren dat er toch een grote groep mensen is met wie het niet zo slecht gaat. Nu lijkt het er op dat de Nederlander dit jaar ook niet veel minder uitgeeft aan vakantie dan vorig jaar. Dus waarom zou dat voor mensen uit andere landen anders zijn? Voor de Amsterdamse haven, en voor de Passagiers Terminal Amsterdam in het bijzonder, moeten deze activiteiten op de markt voor cruisereizen heel profijtelijk zijn. Vandaar dat de Amsterdamse havendienst regelmatig uiting geeft van haar blijdschap door de schepen uit te zwaaien  met een grote waterkrans. De schepen beantwoorden dit vertoon van vriendelijkheid door langdurig op de scheepshoorn te blazen. Het geluid is in de hele stad te horen. Voor een toevallige toeschouwer, en dat ben ik (aangezien ik tegenover de PTA woon), is het toch altijd weer een mooi gezicht.

IMG_2101

Cruisereizen hebben een ietwat suffig imago. Men associeert een cruisereis niet vaak met jeugd, activiteit, en sportiviteit. Het beeld dat in films en TV-series wordt opgeroepen versterkt dat imago alleen maar. Rampenfilms, een genre waarin meestal wordt afgerekend met de  mensen die het noodlot overkomt, hebben nogal eens een cruiseschip als decor. Ik bedoel eigenlijk dat in veel van die rampenfilms de boodschap doorklinkt dat de slachtoffers ook niet beter hebben verdiend.  Het zegt volgens mij meer over de filmmakers dan over de mensen aan boord van een cruiseschip. Die zwaaien altijd zo vriendelijk naar mij dat ik over hen geen kwaad woord wil horen. Ik weet eerlijk gezegd ook niet of het imago van de cruisereis juist is. Wel weet ik dat de tarieven voorlopig nog verhinderen dat ik zelf de proef op de som ga nemen.

IMG_2113Twaalfdaagse reis naar de Noorse fjorden en de Noordkaap

Tinkunanchiskama

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | juni 13, 2009

Digitale stadswandeling

Geachte lezers,

 

Niet lang geleden heb ik het voor de grap eens gehad over de mogelijkheid digitale wandelingen te organiseren door de oude steden van het Incarijk. Natuurlijk gaat dat niet echt, de steden bestaan immers niet meer in hun oude luister, of ze zijn helemaal van de aardbodem verdwenen. Dus dat idee kunnen we vergeten. Maar het maken van een digitale wandeling door een vreemde stad is sinds kort mogelijk gemaakt door Google Maps. O.K. in Nederland kan het op het moment van schrijven alleen nog maar in Amsterdam of Rotterdam, maar het zal ongetwijfeld niet lang meer duren of het kan in elke plaats. Waar het volgens mij wel overal kan is in de Verenigde Staten. Andere landen zullen spoedig volgen. Hoe gaat het in zijn werk? U gaat naar Google Maps en tikt de naam van de plaats in (eventueel aangevuld met een adres). Wanneer de kaart verschijnt ziet u tussen de “navigatie-windroos” en de “zoom-schaal” een mannetje. Wanneer dit mannetje oranje is gekleurd kunt u een digitale wandeling maken.

 GoogleMaps

U sleept met de muis het mannetje naar de plek op de kaart waar u de wandeling wilt beginnen. Op de kaart lichten nu de wandelroutes blauw op. U plaatst het mannetje op een blauwe lijn. Op dat moment wordt een foto geladen van het straatbeeld op die plek. Met het navigatie-paneel, de eerder genoemde navigatie-windroos, kunt u nu als in een panorama om u heen kijken (oost-west). Met noord-zuid richt u uw blik naar boven of beneden. Met uw blik gericht op het straatniveau kunt u door de pijltjes te volgen uw wandeling beginnen. Probeert u het maar.

Damrak

 Is dit nu leuk? Ik zelf vind van wel. Ik heb wandelingen gemaakt door Amsterdam en Rotterdam, maar ook door Londen, Parijs, New York en Chicago. Slenteren over 8th avenue in New York, en daar het hotel herkennen waar ik 35 jaar geleden heb overnacht (er staat een grote M op het dak). Neen, het hotel heet niet meer hetzelfde, het heette indertijd het Royal Manhattan Hotel, maar het ziet er nog wel zo uit als toen. Het was in de buurt van de Port Authority Bus Terminal, die er overigens nu heel anders uit ziet. Maar wat ronduit beangstigend fascinerend is, is een wandeling door Detroit. We lezen in de krant dat het al heel lang niet goed gaat met de Motor City, maar een wandeling door het ‘stadshart’ van Detroit illustreert dat pijnlijk duidelijk. Verlaten, aftands, een desolater stadsbeeld in vredestijd is niet denkbaar. Echter, ik wil u het digitale wandelen niet tegen maken. Het is nog maar op weinig plaatsen mogelijk, maar dat gaat ongetwijfeld veranderen. Dus misschien kan ik toch nog eens een digitale wandeling maken in Ollantaytambo.

RoyalManhattanHotel

 Het voormalige Royal Manhattan Hotel waar ik  in 1973 als NBBS-reiziger heb overnacht.

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | mei 23, 2009

Een nieuw begin?

Geachte lezer,

 

Uiteraard zie ik mij genoodzaakt te reageren op de inbraak op mijn weblog. Laat ik vooropstellen dat ik eigenlijk wel blij ben dat mijn halfbroer zich heeft gemeld.  Ik heb hem de afgelopen eeuwen niet meer gezien of gesproken, en ik wist helemaal niet dat hij nog onder ons was. Daarom ben ik niet kwaad. Bovendien, wanneer het mij is toegestaan om mij tot u te richten, waarom zou dat dan niet voor Huascar gelden?  Natuurlijk, het was wel netter geweest wanneer hij een eigen weblog zou gebruiken, maar daar schijnt hij dus niet voor te voelen. Overigens heeft Rascar het “gat” gedicht en zal Huascar niet meer ongevraagd “binnen kunnen komen”.  Huascar heeft wel gelijk wanneer hij zegt dat ik totaal geen verstand heb van computers. Ik sluit overigens niet uit dat ik Huascar nog eens een keer uitnodig om zijn zegje te doen op deze weblog. Niet dat hij dat met zijn gedrag nu direct heeft verdiend, maar ik heb anderzijds wel het gevoel dat ik mijn halfbroer niet geheel kan negeren. Misschien wijst hij een uitnodiging van mij meteen van de hand. In dat geval is het niet anders.

 

Huascar had ook gelijk met zijn opmerking dat het niet de pest was die heerste in het noorden van Peru, maar de pokken. Rascar maakte mij direct na het schrijven van mijn vorige post hierop attent. Het verhaal van de burgeroorlog heb ik nooit ontkend. Natuurlijk waren er steden die de heerschappij van Huascar aanvaardden (Tumbez behoorde daar ook bij), en steden die mijn kant kozen.  Dat is in iedere burgeroorlog zo. Dat mijn generaals een terreurbewind hebben gevoerd wijs ik echter af. Het ging er zeker niet zachtzinnig aan toe, dat klopt, maar dat gold voor beide zijden. De stad Tumbez is door mijn leger veroverd en daarbij zijn zeker veel slachtoffers gevallen, maar mijn manschappen hebben de stad niet verwoest. Toch heeft deze burgeroorlog inderdaad veel kapotgemaakt. Ik moet toegeven dat ik indertijd ook volkomen vervreemd raakte van Rascar die, zoals jullie nu weten, in Tumbez woonde met zijn familie. Hij heeft mij altijd gewaarschuwd voor de broederstrijd, maar ik heb niet naar hem geluisterd. Toen ik die strijd toch aanging verloor ik een goede vriend.

 

Het is daarom dat ik mij eigenlijk het meest erger aan de opmerkingen van Huascar over Rascar. Huascar moest eens weten hoe vaak Rascar mij heeft gevraagd het bij te leggen met mijn halfbroer. Sterker nog, hij heeft willen bemiddelen tussen mij en Huascar. Nu geloof ik niet dat Huascar daartoe bereid was, gezien het feit dat hij Rascar niet kon uitstaan. Ik heb de bemiddeling van Rascar echter hooghartig van de hand gewezen. Daarom doet het nu pijn te horen hoe Huascar te keer gaat tegen Rascar. Maar nog erger is de bewering dat Rascar gemene zaak heeft gemaakt met de opstandelingen in Ecuador tegen mijn vader. Huascar vertelde vijfhonderd jaar geleden dit verhaal ook al aan eenieder die het maar wilde horen. Ik kan mij nog herinneren hoe mijn vader Huayna mijn halfbroer uitdaagde zijn beschuldigingen hard te maken. Huascar heeft dit verhaal nooit kunnen staven. Ik zal een volgende keer nader ingaan op de strijd van mijn vader tegen de opstandelingen in Ecuador. Toch wil ik Huascar, ondanks alles, mijn respect betuigen. Ik heb na 500 jaar een familielid teruggevonden.      

 

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | mei 17, 2009

Inbraak

Beste lezer,

 

U kent mij nog niet, laat ik mij daarom even voorstellen. Mijn naam is Huascar, zoon van Huayna Capac , en halfbroer van Atahualpa, die zich nu plotseling Athahualpa meent te moeten noemen. Hoe dat ook zij, ik vind dat het wel eens tijd wordt dat u een minder gekleurd verhaal krijgt te horen over mij, en over de verschrikkelijke broedertwist die het grote Incarijk noodlottig is geworden. Want laat daarover geen twijfel bestaan. Toen mijn vader Huayna overleed aan de pokken was het rijk nog sterk. De ruzie tussen mij en Atahualpa heeft het rijk natuurlijk intern verzwakt. Toen Francisco Pizarro voor het eerst voet aan land zette in Peru, in de plaats Tumbez, zag hij daar een welvarende stad. Maar het is de burgeroorlog die de stad heeft verwoest, en niet de zwarte dood (Ik neem aan dat mijn halfbroer ook weet dat het de pokken was die ons land teisterde, en niet de pest). Maar voordat de pokken inderdaad een groot aantal slachtoffers maakte in Tumbez waren het de generaals van Atahualpa die de stad hebben verwoest. Alleen omdat de stad trouw was aan de enige echte legitieme erfgenaam van Huayna, te weten Huascar, mijn persoon dus.

009fig001%20Huascar 

Dit is een afbeelding van mijzelf

 

Ik zou er waarschijnlijk niet over zijn begonnen ware het niet dat A. in zijn laatste blog, in een sentimentele passage met Rascar Capac, doet alsof hij niets met de ellende in Tumbez te maken heeft gehad. Nog is het verhaal van het leed in de noordwestelijke provincies van Peru bij velen onbekend. Ik zal jullie vertellen dat de overlevenden van de slachtpartijen, die zijn aangericht door A. en zijn generaals, mij hebben toevertrouwd dat zij nog liever met de Spanjaarden te maken hadden dan met die houwdegens van A.   Het treurige is natuurlijk dat deze slachtpartijen  de Spanjaarden alleen maar hebben geholpen bij het uitvoeren van hun snode plannen. Francisco Pizarro hoefde bij zijn keizer, Karel V, helemaal niet te bedelen om meer middelen om de verovering van Peru uit te kunnen voeren. “Laat die idioten zelf maar het vuile werk doen” moet hij ongetwijfeld gedacht hebben.  Maar laat ik jullie vertellen dat ik dit zelfde tegen mijn halfbroer heb gezegd. Maar deze, halfdronken als hij was van het vele bloed dat hij had vergoten, had hier geen oren meer naar. Hij zag dat ik aan de verliezende hand was (wat eerlijkheidshalve ook zo was) en schonk daarom geen aandacht aan mijn woorden.  

 

Ik wil ook nog even iets zeggen over Rascar Capac. Mijn halfbroer vertelde jullie een poos geleden dat Rascar en ik niet goed met elkaar overweg konden. Dat klopt. Ik heb die bedrieger nooit vertrouwd. Indertijd kon ik het niet bewijzen, maar nu heb ik enkele ooggetuigen gesproken die hebben gezien hoe Rascar gemene zaak heeft gemaakt met de opstandelingen in Ecuador in de strijd met Huayna Capac, mijn vader. Daar komt nog iets bij, zijn naam. Dat hij geen echte Capac is zal hij zelf ook nog wel willen toegeven, maar over zijn echte naam is hij altijd zeer geheimzinnig geweest. Ik heb hem altijd gezien als een vijandelijke indringer, en nogmaals, ik hoop de bewijzen spoedig te kunnen overleggen. Wat mijn halfbroer A. betreft, laat die maar doorzeuren. Ik ben al lang blij dat ik in staat ben geweest in te breken op zijn blog. Hij weet zelf ook helemaal ‘nada’ van informatietechnologie, dus dat was een fluitje van een cent. Nu vraagt u zich waarschijnlijk af waarom ik zelf geen blog begin?  Nou, dat is mij gewoon te veel moeite. En zeg nou zelf, waar zou je het voor doen? Voor die anderhalve man en een paardenkop die die stukjes lezen?   Kom aan, ik heb belangrijkere zaken te doen.

 

Huascar Inca

Gepost door: athahualpa | april 30, 2009

Tumbez

Geachte Lezers,

 

In 1528 bereikte Francisco Pizarro voor de eerste keer de stad Tumbez, een kustplaats in het noorden van Peru. Het was in de nadagen van mijn vaders koningschap over het rijk. Mijn vader, Huayna Capac, had net slag geleverd met opstandelingen in het gebied dat nu behoort tot Ecuador. Tumbez was een welvarende stad met duizenden inwoners. De eerste kennismaking van de bewoners met de Spanjaarden verliep vrij vreedzaam. Het verhaal van die vreemde mannen met baarden en stokken waar vuur uit leek te komen (geweren) verspreidde zich al spoedig door het hele land. Ik weet niet zeker of de Spanjaarden nu echt voldeden aan het beeld van de mythische figuren uit de overleveringen, die als grote blanke mensen werden voorgesteld en werden gezien als boodschappers van Viracocha. Feit is wel dat ze ontzag inboezemden.

 

Ik heb bij terugkomst van mijn vader uit Quito hem wel eens horen praten over deze vreemdelingen. Laatst vroeg ik Rascar of hij mij kon vertellen of mijn vader de eerste Spaanse conquistadores ook werkelijk heeft ontmoet. Ik heb al verteld dat Rascar met mijn vader was meegekomen uit het noorden. Zoals bekend is mijn vader niet lang daarna overleden aan de pokken. Rascar weet niet of mijn vader ooit in contact is gekomen met de blanke mensen uit Europa, maar hij zei onlangs wel dat hij altijd heeft vermoed dat de ziekte van mijn vader verband hield met de vreemdelingen. Nu weten we dat vele besmettelijke ziekten met de Spanjaarden zijn meegekomen, en het is ook geen geheim dat het aantal doden als gevolg van deze ziekten de doden gevallen door het krijgsgeweld in ruime mate overstijgt. Wij weten dat van het Caribische gebied, waar vlak na de aankomst van Columbus een grote epidemie vele duizenden slachtoffers heeft gemaakt. Dezelfde verhalen komen uit Mexico, waar na de Spaanse verovering van het Aztekenrijk door Cortez ook velen stierven aan vreemde ziekten.

 

Ook mijn vader heeft het gehad over een gevaar dat het rijk bedreigde, en dat veel groter was dan dat van  opstandelingen in Ecuador, of waar dan ook. Rascar vertelde dat mijn vader daar zeer bezorgd over was geweest.  Vader had in het noorden mensen gezien die plotseling ziek waren geworden. Sommige mensen hadden binnen twee dagen allemaal zwarte zweren vertoond over hun hele lichaam. Hoewel Rascar indertijd, in het gesprek dat wij hadden aan de oevers van de Urubamba, niet precies kon vertellen welk gevaar het rijk bedreigde, ben ik er zeker van dat hij doelde op de vreselijke vreemde ziekten die waren meegekomen met de vreemdelingen.  In 1532 zette Pizarro voor de tweede maal voet aan land in Tumbez. Van de welvarende stad van weleer was niet veel meer overgebleven.  De stad lag gedeeltelijk in puin. Overal waren er ruïnes van verwoeste huizen.  Pizarro verbaasde zich er in hoge mate over, en hij vroeg aan twee tolken in zijn gezelschap of zij aan de overgebleven inwoners konden vragen wat er was gebeurd? Historici zijn er nog steeds niet uit.

Maar Rascar zei laatst tegen mij, “Atha, ik neem aan dat jij inmiddels wel weet wat er is gebeurd in Tumbez?”. Daarop antwoordde ik dat het er alle schijn van heeft dat Tumbez ten prooi is gevallen aan de Zwarte Dood. Rascar zweeg even, maar ik zag dat zijn ogen vochtig werden.

 

“Het was vreselijk. Ik heb vele mensen daar zien sterven. We hebben hun lichamen vrijwel onmiddellijk verbrand. Onder de slachtoffers waren mijn ouders, mijn broer, mijn zusje Cusu,  Cura mijn vrouw, en onze vier kinderen. De laatste woorden van mijn vrouw waren: Volg de Lichtende Sterrenweg naar het Westen waar wij elkaar weer zullen ontmoeten op de Eilanden”.     

 

“Galapagos”, zei ik.

 Rascar knikte.

 

 

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | april 12, 2009

De Andes en zijn geheimen

Beste lezers,

 

 

Enige controverse is ontstaan over het verschijnsel  Andeslicht dat ik eerder in een post ter sprake heb gebracht. Van veel kanten kwam het commentaar dat dit verschijnsel iets was dat aan mijn fantasierijke geest is ontsproten. Nu ben ik de laatste om te ontkennen dat ik een fantasierijke geest heb, maar ik ben toch wel blij dat Rascar Capac in zijn archief een rapport uit 1933 heeft gevonden waarin het verschijnsel werd beschreven. Een afdoende verklaring wordt in dit artikel niet gegeven, maar ik vond het toch interessant genoeg om het in zijn geheel in deze blog op te nemen.

 

 

Andes Lights

 

A  Science  Service Feature

 

By Charles Fitzhugh Talman, an authority on meteorology

 

February, 1933

 

 

In the rarefied air of great altitudes the general brush discharges of electricity known as St. Elmo’s fire attain a greater size than elsewhere. Hence, in the lack of a better explanation, science has tentatively classified as a variety of this phenomenon the marvelous glows and rays of light  that frequently  crown the summits of the Andes, as seen mainly from the western coast and the adjacent ocean, and are now usually described as “Andes lightning” or “Andes lights”.

 

During the warmer season of the year it is not uncommon to see the mountain tops glowing continuously through the night, while occasionally great beams, like those of a gigantic search light, shoot up into the sky.  The natives have long regarded these lights as the reflection of glowing lava in the craters of volcanoes, but there seems to be no doubt that they are electric discharges of some sort. Apparently the lofty mountains serve as great lightning rods, from which currents of electricity stream off into the air.

 

“Andes lights” have been reported from the Alps, and at one time this weird phenomenon was supposed to occur in the mountains of North Carolina. Thanks, however, to the investigation of the United States Geological Survey, we now know that the so-called  “Brown Mountain Lights” of that state are nothing more mysterious than the headlights of distant locomotives and automobiles.

 

(All rights reserved by Science Service, Inc)       

 

 

Zoals ik al zei is het verschijnsel fantastisch. Dat er niet veel meer over bekend is verwondert mij ook. Ook ik ben geneigd te denken aan elektrische ontladingen maar ik ben niet deskundig. Overigens is het nu ook fantastisch hier aan de oevers van het Titicacameer. Alleen de lama’s en de vicognes lopen weer opgewonden te doen, alsof ze niets beters te doen hebben. Hoogstwaarschijnlijk is dat ook zo. In ieder geval dreigt er deze avond geen enkel gevaar.

 

 

Tinkunanchiskama

 

 

Inca Athahualpa

 

titicaca

 

Titicacameer

Gepost door: athahualpa | maart 22, 2009

Andeslicht : RC de ondoorgrondelijke 3

Beste lezers,

 

In het Andesgebergte is soms op mooie avonden rond de toppen van de bergen een mooi licht waarneembaar, dat het best is te vergelijken met weerlicht, maar dan bij onbewolkte hemel. Het verschijnsel is ook bekend onder de naam  Sint Elmus vuur. Vroeger dachten wij dat het licht een teken van de goden was dat zij tevreden waren met het gedrag van ons mensen. Ik geloof niet dat deze verklaring voor het verschijnsel een wetenschappelijke analyse zou doorstaan. Ook Rascar heeft mij al vroeg duidelijk gemaakt dat wij niet alles moeten geloven wat de priesters ons voorhouden. Ik zag hem weer toen mijn vader Huayna op sterven lag. Mijn vader was getroffen door een akelige ziekte (pokken) die hij waarschijnlijk ergens in het gebied waar nu Ecuador ligt moet hebben opgelopen. Het waren roerige tijden en onheil dreigde boven het rijk.  

 

De relatie tussen mijn broer Huascar en mijzelf was buitengewoon slecht. Ik wil daar nu verder niet over uitweiden omdat ik geloof in het beginsel van hoor en wederhoor, en Huascar zijn kant van het verhaal niet meer kan vertellen. De avond voor het heengaan van mijn vader stonden Rascar en ik in gepeins verzonken toen de bergen van de Vilcabamba range ons verrasten met een wel zeer spectaculaire aflevering van het eerder genoemde elektrische vuurwerk. Wij keken beiden ademloos naar het schitterende verschijnsel. Men moet zich realiseren dat een dergelijke lichtshow, anders dan bij onweer, geheel geluidloos verloopt. Ik vermoed dat hierin ook de reden ligt dat het Andeslicht wordt beschouwd als een goed voorteken. Een gevoel van euforie maakt zich van je meester bij het aanschouwen van dit verschijnsel . Omdat ik erg onder de indruk was geraakt vroeg ik Rascar hoe we dit allemaal moesten duiden.  Zoals gezegd, het aanstaande overlijden van mijn vader, de onrust in het rijk, en de broedernijd tussen Huascar en mij, werkelijk veel reden om euforisch te zijn had ik niet direct.   

 

Rascar is altijd een man van weinig woorden geweest, zo ook toen. Hij zei dat hij na de begrafenis voor lange tijd weg zou gaan, en mompelde iets als “Galapagos”. Ik denk dat ik hem niet goed had verstaan, want ik meende dat hij doelde op aanstaande chaos. Hij adviseerde mij eveneens om het niet tot een krachtmeting met mijn broer te laten komen, aangezien wij dan alle twee ten val zouden komen. Wijze woorden, alleen was ik te jong om er werkelijk lering uit te trekken.  De geschiedenis heeft Rascar gelijk gegeven.  Toen vertelde Rascar dat wanneer de zon de bergen gedurende de dag had verwarmd, deze  ’s avonds de warmte weer uitstorten in de hemelrivier van de melkweg, de hemelse equivalent van de Urubamba. Het Andeslicht was dus een symbool van dankbaarheid. Iedereen die dit groots vertoon van dankbaarheid had aanschouwd zou beseffen dat de mens een met de natuur behoort te zijn.  Ik heb vaak grote moeite te begrijpen waarover Rascar spreekt, maar ik denk dat ik die mooie avond in het hooggebergte precies begreep wat hij wilde zeggen.  Alleen begrijp ik ook pas sinds kort, dat hij toen iets heeft willen zeggen wat  ik nu, na 500 jaar, ineens heel graag wil weten. Wat is er met Galapagos? 

 

 

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa        

vilcabamba_range_2

Vilcabamba Range / Cordillera Vilcabamba      

Gepost door: athahualpa | februari 28, 2009

Rascar Capac, de ondoorgrondelijke : deel 2

Geachte lezer,

 

Ik had beloofd om u verder op de hoogte te houden van de plannen van Rascar Capac, en vooral zijn beweegredenen. Helaas kan ik u daarover verder nog niet veel  vertellen, eenvoudig omdat ik zelf de afgelopen tijd ook niets wijzer ben geworden. Maar ik wil u wel vertellen van een voorval in het verleden waarin Rascar een rol speelde. Mijn vader Huayna, op de thuisreis na een geslaagde militaire expeditie in de buurt van Quito, zag langs de weg een nogal haveloze man staan. De man was duidelijk te oud om te behoren tot het gilde van de Chasqui, de boodschappers in het enorme rijk. Anderzijds zal men in het oude rijk niet snel een eenzaam individu langs de weg zien staan wanneer het niet een boodschapper betrof. Mijn vader stopte dan ook en vroeg de man naar zijn naam. De man zei dat hij een boodschapper was van Viracocha en dat hij daarom het recht had zijn identiteit geheim te houden, zelfs tegenover de Sapa Inca.

 

Mijn vader was vanwege het succes van de militaire operatie in een goed humeur en liet deze, niet geringe, belediging over zijn kant gaan. Hij vermoedde dan wel dat de persoon die tegenover hem stond waarschijnlijk niet was die hij voorgaf te zijn, maar dat hij van belangrijke komaf was, was aan zijn gezicht toch wel af te lezen. De vreemdeling vertelde mijn vader in precieze details hoe de vijand was verslagen, maar ook waar, en wanneer, de volgende slag zou plaatsvinden. Het was in het jaar 1524. Hij vertelde tevens dat mijn vader niet lang meer te leven had, en dat het rijk door een broedertwist uit elkaar zou vallen. Het goede humeur van mijn vader kon kennelijk ook deze onheilstijdingen verdragen want hij bood de vreemdeling aan mee te gaan naar zijn paleis in Cuzco. Ik weet nog goed dat ik vrijwel meteen sympathie voelde voor de vreemdeling die met mijn vader was meegekomen. Mijn broer Huascar daarentegen kon hem niet zien of luchten. Huascar begreep helemaal niet waarom vader deze man had vereerd met een uitnodiging. In zijn ogen was hij een zwerver, een charlatan en een valse profeet.

 

Op een avond zat ik met de vreemdeling aan de oever van de Urubamba in Ollantaytambo toen hij mij plotseling waarschuwde voor een man die ik in de toekomst zou tegenkomen. Ik vroeg hem onmiddellijk of hij daarmee soms mijn broer Huascar bedoelde. Hij glimlachte, en zei dat er in de Urubamba gevaarlijkere dieren zwemmen dan de piranha’s. Ik begreep waarachtig niet wat hij bedoelde. Op de eerste plaats komen er in de bovenloop van de Urubamba helemaal geen piranha’s voor.  Verder was het uitgesloten dat mijn vader zou toestaan dat vijanden het rijk zouden veroveren. Maar hij wilde er verder niet meer over zeggen.  We keuvelden nog een poosje verder en ik had plotseling de moed vergaard om naar zijn naam te vragen. Toen vertelde hij mij dat hij door zijn vrienden Rascar genoemd werd.  Ik zou alleen die naam nooit mogen noemen in het bijzijn van anderen.  Nog diezelfde nacht verdween de vreemdeling.  Ik zou hem pas enkele jaren later terugzien bij het ziekbed van mijn vader.  Alleen zag hij er toen heel anders uit. Veel voornamer vooral.

 

Maar ik loop op de zaken vooruit. De volgende dag vroeg mijn vader waarover de vreemdeling en ik de avond tevoren hadden gesproken. Ik zei dat we een aardig gesprek hadden gehad, maar dat de vreemdeling mij niet had gezegd waar hij naar toe zou gaan. Wijselijk hield ik mijn mond over de voorspelling die Rascar had gedaan. Mijn vader vertelde dat hij die nacht had gedroomd dat de Urubamba buiten haar oevers was getreden en dat het hele rijk was ondergelopen. Hij had in zijn droom de vreemdeling gezien in de woeste golven van de rivier. Het leek alsof de vreemdeling werd meegesleurd door een grote gevederde slang. Toen hij wakker werd was er een vreselijk onweer losgebarsten. Kennelijk had ik erg vast geslapen, want van dat onweer had ik niks gemerkt.  De dagen die volgden eiste het werk  al onze aandacht op, en mijn vader en ik dachten niet langer meer na over de woorden van de vreemdeling. Het was mijn eerste ontmoeting met Rascar Capac. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die avond aan de Urubamba eigenlijk het meeste over hem te weten ben gekomen in al die 500 jaar. Zo openhartig als ik toen met hem heb gesproken heb ik dat later nooit meer.

 

<< wordt vervolgd>>

urubamba

Rio Urubamba

 

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa        

Gepost door: athahualpa | februari 15, 2009

Rascar Capac, de ondoorgrondelijke : deel 1

Geachte lezer,

 

Ik wil u bij deze graag iets vertellen over een gebeurtenis die kort geleden plaatsvond. Rascar Capac vroeg mij op een donkere wintermorgen ineens of hij mocht vertrekken. Ik was nogal verbaasd aangezien ik hem nooit een strobreed in de weg heb gelegd.  Ik heb mij in het algemeen niet zo beziggehouden met zijn doen en laten.  Sterker nog, wanneer Rascar plotseling zijn hielen had gelicht zou het wel eens een paar maanden kunnen duren voordat ik het in de gaten zou hebben.  “Maar waarheen wil je dan gaan?”, vroeg ik hem. Een poosje antwoordde hij niet, maar toen zei hij plotseling: “Naar mijn familie op de Galapagos Eilanden”. Nu was het mijn beurt om een poosje te zwijgen, had ik dat wel goed gehoord? De familie van Rascar Capac? Ja natuurlijk moet hij verwanten hebben, of in ieder geval hebben gehad, maar hij heeft het er met mij in al die tijd nooit over gehad.

 

“Waarom kom je daar nu ineens mee? Wat heeft jou ineens het idee gegeven dat jouw familie op de Galapagos Eilanden zit te wachten op jou? “ Ik begreep het eigenlijk steeds minder. Had Rascar mij, en iedereen die het maar wilde weten, niet laten weten dat hij afstammeling is van de voorvaderen der Incakoningen, de eerste Sapa Inca, van wie we nog niet weten of hij nu wel of niet heeft bestaan. Toegegeven, erg duidelijk is dat ook allemaal niet, maar om nu te komen met het verhaal dat zijn familie woont op de Galapagos Eilanden. U moet weten dat de Galapagos Eilanden, jawel die van Charles Darwin, ten tijde van het Incarijk niet tot het grondgebied van ons land behoorde (nu is het Ecuadoriaans). Eigenlijk wisten we niet eens van het bestaan van de eilanden. We hoorden wel eens verhalen over mensen die in kleine bootjes over de onafzienbare oceaan voeren, en over eilandbewoners die op de kusten van hun eiland enorme mensenhoofden hadden geplaatst om indringers af te schrikken (Paaseiland). Maar omdat Cuzco nu eenmaal de navel van de wereld was richtten wij onze blik niet over die Grote Oceaan.

 

Ik moet dus eerlijk zeggen dat ik niet veel geloof hechtte aan het verhaal van Rascar. Maar dat mocht ik absoluut niet laten merken, en doorvragen zou ongepast zijn. Daar denken wij Inca’s inderdaad heel anders over dan jullie hier in het Westen. Jullie leggen hier altijd iemand het vuur aan de schenen wanneer jullie twijfel hebben of iemand de waarheid spreekt. Waarschijnlijk iets wat jullie hebben geleerd van de Spaanse Inquisitie.  Het “onder ede” horen van getuigen is ook zo iets. Wanneer bij mij een overijverige regeringsambtenaar op onjuiste gronden politieke steun had gegeven aan een agressieoorlog op duizenden kilometers afstand, dan zou ik hem bij mij roepen en hem voor de keuze stellen: of mij een geloofwaardig verhaal vertellen, of het rijk verlaten. Meestal verlieten ze dan het land. Maar ik dwaal een beetje af. Om kort te zijn, ik weet op dit moment nog niet het fijne over de motieven en de achtergronden van Rascar’s aanstaande vertrek. Zelf twijfel ik een beetje of hij zijn plan gaat doorzetten. Ik zie hem namelijk steeds vaker zitten op de terrasjes in Ollantaytambo en Sacsayhuaman. Iets wat hij in het verleden nooit deed. Rascar is namelijk helemaal niet zo’n uitgaanstype.  Maar hij heeft mij nu wel erg nieuwsgierig gemaakt. Ik zal er achter komen wat hem bezielt. Tot zover moeten jullie het hiermee moeten doen. Maar ik kom er op terug, zo snel mogelijk.

 

Tinkunanchiskama

 

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | januari 29, 2009

Hanacpachap cussicuinin

Geachte lezers,

 

Ik heb het eigenlijk niet vaak gehad over de taal die ik spreek. Dat is het Quechua.  Deze taal wordt nog door veel mensen in het Andesgebied gesproken. Nu is het niet mijn bedoeling om uitgebreid les te gaan geven in Quechua. Maar ik wil wel enkele woorden uitleggen. Om te beginnen de betekenis van enkele plaatsgebonden namen.

Veel plaatsnamen uit het oude Incarijk hadden een speciale betekenis. We herkennen een aantal van deze namen omdat ze vandaag de dag nog op de kaart van Peru zijn terug te vinden. Maar voor andere namen geldt dat ze niet meer gebruikt worden.

Om te beginnen het Incarijk zelf:

 

Dat heette Tahuantinsuyu, ofwel “gebied van de vier windstreken”.

Ayacucho (stad in Peru) betekent “hoek van de doden”.

Arequipa (ook een stad in Peru), wat zoveel betekent als “achter de vulkaan”.

Apurimac (een rivier in Peru), wat zoveel wil zeggen als: “groot spreker”.

Sacsaywaman betekent: “verzadigde havik”.

Urubamba is de naam van een belangrijke rivier die stroomde door het hart van het Incarijk, de naam betekent: “vlakte der slangen”.

Antabamba verwijst naar een “koper veld”.

Cajamarca, de plaats waar Pizarro de Inca’s een beslissende nederlaag toebracht, betekent zoveel als: “gebied van de stenen”.

Piscobamba betekent “vlakte der vogels”.

Cochamarca wil zeggen “regio van de meren”.

 

Het is ook aardig om de namen van enkele dieren in het Quechua te geven. Ik zet daar dan tegelijk de Spaanse naam bij. Het zal opvallen dat de namen van de inheemse dieren veelal rechtstreeks uit het Quechua zijn overgenomen. Eerst volgt de naam in het Quechua, dan het Spaans, en vervolgens de Nederlandse naam.

 

Paku = Alpaca = Alpaca

Wanak’u = Guanaco = Guanaco

Qowi = Cuye = Cavia

Kaballu = Caballo = Paard (Hier is de oorsprong natuurlijk niet inheems)

Wic’uña = Vicuña = Vicogne

Waca = Vaca = Koe (ook geen inheems dier)

Kuntur = Condor = Condor

Mach’ajwai = Culebra = Slang

Wallpa = Gallina = Kip

Kanka = Gallo = Haan

 

Tot slot iets over de titel van deze post: Hanacpachap cussicuinin. Dit is hoogst waarschijnlijk het eerste meerstemmige lied uit Peru. Het is een lofzang op de maagd Maria uit 1631. Juan Perez de Bocanegra wordt wel genoemd als de componist. Of dit juist is is moeilijk te achterhalen. Wel is het boek “Ritual Formulario e Institución de Curas”, waarin dit lied is opgenomen, uitgegeven door hem.

   Ik heb het eerder gehad over de religieuze barokmuziek die in Peru zijn intrede deed na de verovering door de Spanjaarden. In die tijd werden liederen gecomponeerd met traditionele indiaanse invloeden. De bekering tot het Christendom verliep waarschijnlijk gemakkelijker wanneer men in de religieuze eredienst gebruik maakte van inheemse elementen. Dit lied werd veel ten gehore gebracht bij processies ter ere van Maria ten Hemelopneming (15 augustus).  Ook nu wordt dit lied nog vaak ten gehore gebracht. De versie die ik op YouTube heb gevonden wijkt waarschijnlijk nogal af van hoe het oorspronkelijk heeft geklonken. Maar het blijft toch heel apart om dit lied te horen in de oorspronkelijke taal, het Quechua.

 

 

Tinkunanchiskama

 

 

Inca Athahualpa

 

Oudere Berichten »

Categorieën