Pre-Inca Tijden

De Pre-Inca beschavingen.

De vroegste aanwijzingen voor de aanwezigheid van mensen in Peru dateren van enkele duizenden jaren nadat Aziatische jagersvolkeren de Beringstraat overtrokken om zich te vestigen in Amerika. Men neemt aan dat 14.000 jaar geleden sommige van deze groepen het gebied van het huidige Peru gingen bevolken. Er gingen vervolgens ongeveer 10.000 jaar voorbij waarover wij niet veel weten. De eerste prehistorische beschaving in Peru waarover wij enige kennis bezitten is die van Caral-Supe. De beschaving is genoemd naar de archeologische site Caral in de Supe-vallei. Een andere benaming voor deze cultuur is Norte Chico. Volgens sommigen spreken we hier over de oudste beschaving in Amerika. We hebben het dan over een periode tussen 3000 en 1800 voor Christus. Het is pas vrij recent dat we meer over deze cultuur te weten zijn gekomen. De cultuur zou vooral gekenmerkt worden door zijn architectuur. Bouwwerken die lijken op grote pleinen. Ook zijn er verweerde resten van piramides gevonden in Caral die tot de verbeelding spreken. Zeker wanneer men bedenkt dat deze piramides in de zelfde tijd zouden zijn gebouwd als de grote piramides bij Gizeh in Egypte. Natuurlijk waren ze niet zo groot. Over de bouw van piramides in Amerika en Egypte doen veel verhalen de ronde die een verband tussen de volkeren veronderstellen. Een wetenschappelijk fundament ontberen deze verhalen echter. Zelf zou ik denken dat wanneer men met beperkte hulpmiddelen een groot (hoog) bouwwerk wil bouwen men al snel op de vorm van een piramide uitkomt. Denk alleen maar aan de stabiliteit. Maar ook voor de aanvoer van materiaal is de vorm van de piramide zeer geschikt. Men kan van de ‘basis’ uit in ‘kringen’ omhoog werken. Maar ik wil nu zelf ook niet te veel op de speculatie toer gaan.

Alvorens dieper in te gaan op deze cultuur is het interessant om na te gaan hoe de natuur, en dan vooral de dierenwereld, er uit zag in de periode van de eerste mensen in dit deel van Zuid-Amerika. Uit opgravingen en rotstekeningen blijkt dat de eerste mensen al guanaco’s hielden. De mensen die aan de kust woonden leefden waarschijnlijk van zeevogels en vis. Interessant is daarbij te vermelden dat de aanwezigheid van deze dieren ook toen al in hoge mate werd bepaald door het voorkomen van El Niño, de periodieke opwarming van het water voor de kust van Peru. Of de eerste mensen in Peru nog confrontaties hebben gekend met de gevreesde sabeltandkat Smilodon, of de grote planteneter toxodon valt niet met zekerheid te zeggen. Het uitsterven van deze dieren valt in de tijd samen met de komst van de eerste mensen in Zuid-Amerika, maar of er ook een causaal verband bestaat weten we niet goed. De grote Charles Darwin was een van de eerste die de fossiele resten van de toxodon bestudeerde, en de afwijkingen die hij daarbij aantrof met fossielen van hoefdieren uit Europa, sterkten hem in de juistheid van de theorie van het ontstaan der soorten door natuurlijke selectie.  Doordat Zuid-Amerika slechts door een smalle landengte met Noord-Amerika is verbonden (die ook pas enkele miljoenen jaren geleden is ontstaan), konden zich in Zuid-Amerika diersoorten ontwikkelen en handhaven die heel verschillend waren t.o.v. die op andere plaatsen in de wereld. Overigens kwamen de sabeltandkatten wel degelijk uit Noord-Amerika. Deze roofdieren konden pas na het totstandkomen van de landengte van Panama het Zuidamerikaanse continent ‘bewonen’. Maar sabeltandkat en toxodon hadden het toneel al lang verlaten toen de eerste nederzettingen verschenen in het gebied dat wij nu kennen als de Supe-vallei, het woongebied van de Norte Chico beschaving.

Norte Chico   (3000-1800 v. Chr.)

Verspreid over een dertigtal stedelijke centra in het noordelijke tot centrale kustgebied van Peru heeft hier in de periode van 3000 v Chr. tot ongeveer 1800 v. Chr. een cultuur gebloeid die mogelijk de eerste grote cultuur op het grondgebied van Amerika is geweest. In het archeologische spraakgebruik hebben we het hier over een voor-keramische cultuur. Van aardewerken gebruiksvoorwerpen uit deze cultuur is niets bekend.  Waar deze cultuur door gekenmerkt wordt is de bouwkunst. Van de bevolkingscentra in dit gebied zijn de resten gevonden die wijzen op de aanwezigheid van grote bouwwerken aan pleinen. Er zijn ook overblijfsels van piramides gevonden in Caral. Lang heeft men aangenomen dat de Chavincultuur de eerste belangrijke cultuur in het gebied van het huidige Peru was, maar de recente ontdekkingen in het eerder genoemde gebied hebben de tijdhorizon een groot aantal eeuwen naar voren geschoven.  Van de Chavincultuur is bekend dat deze floreerde in het gebied van de kustvlakte tot in de hogere delen van de Andes. Van de Norte Chico cultuur zijn alleen resten gevonden in een aantal valleien niet ver van het kustgebied. Dit kustgebied is niet de meest voor de hand liggende plaats om er een vroege beschaving te zoeken. Het gebied is extreem droog aangezien het ligt in de regenschaduw van de Andes en vlak bij het relatief koude water van de Stille Oceaan.

Met irrigatiesystemen werd water naar het gebied geleid. Dit water kwam uit de hoger gelegen delen, meer in het binnenland. Daardoor werd het toch mogelijk om gewassen te verbouwen in de valleien. Over het doel van de grote bouwwerken is niet veel bekend. Sommige van deze bouwwerken waren wel 25 meter hoog. Het is in ieder geval duidelijk dat het hier niet ging om een beschaving van eenvoudige vissers aan de kust van Peru. Lange tijd heeft men aangenomen dat kleine gemeenschappen van vissers, direct aan de kust, de eerste echte beschavingen waren in Peru. Met de vondst van de overblijfselen van de Norte Chico cultuur heeft men die opvatting deels moeten opgeven. In het Norte Chico gebied ging het niet om een samenleving van jagers/vissers, maar om een ingewikkelder vorm van samenleven, gebaseerd op een sociale en politieke organisatie. Hoe die sociale en politieke organisatie er uit zag weten we niet, maar de architectuur kan ons misschien een eerste aanwijzing geven. Hoogstwaarschijnlijk bestond er wel een uitwisseling van contacten met de gemeenschappen van vissers en jagers direct aan de kust. Ruilhandel (landbouwgewassen tegen vis en andere dieren) behoorde zeker tot de mogelijkheden. Dat de Norte Chico samenleving een vorm van religie heeft gekend wordt door de antropologen wel aangenomen. Er zijn voorwerpen gevonden met menselijke vormen, een mogelijke aanwijzing voor het voorkomen van religieuze rituelen. Na 1800 werden de nederzettingen verlaten. Waarom? We weten het eenvoudig niet, mogelijk veranderde het klimaat en werd het uiteindelijk te droog voor het telen van gewassen. Veel studies naar het verdwijnen van grote beschavingen in Amerika maken melding van het frequent optreden van periodes van grote droogte. Culturen die afhankelijk zijn van de verbouw van gewassen worden daardoor natuurlijk zwaar getroffen.  Men neemt aan dat de mensen van de Norte Chico cultuur zich hebben verspreid over andere gebiedsdelen van het huidige Peru. Het is mogelijk dat ze daar een impuls hebben gegeven aan de ontwikkeling van nieuwe culturen. Tot slot verdient vermelding dat er bij de overblijfselen ook een kluwen textiel is gevonden, waarvan het mogelijke gebruik moet worden gezocht in een of andere vorm van het opslaan van gegevens. Natuurlijk dringt zich hier de vergelijking met de quipu op, en het is dan ook niet verwonderlijk dat de archeologen die de vondst hebben gedaan, het dan ook hebben over een quipu. Maar waarschijnlijk ging het in deze cultuur dan toch om een heel eenvoudige manier van administratieve toepassing, als het al daarom ging. We kunnen het bij gebrek aan verdere gegevens niet met zekerheid zeggen.

Piramide nabij Caral in Peru (Norte Chico)

Chavin (1000 – 100 v. Chr.)

De Chavin cultuur is vermaard om de mooie kunstvoorwerpen en design. Maar we weten nu dat de Chavin-mensen ook vaardig waren op het gebied van de metallurgie en de bewerking van textiel. Het maken van kleren moet in deze periode een soort revolutie hebben doorgemaakt. Allerlei technieken, zoals het weven en het beschilderen van textiel, namen in de Chavin periode een hoge vlucht. Wat de  metaalbewerking betreft, het is duidelijk dat in deze tijd metalen voorwerpen aan elkaar werden bevestigd, door gebruik te maken van verhitting. Het solderen en het smelten van metalen moet in deze tijd zijn ontwikkeld. De producten die werden gemaakt vonden zowel decoratieve (kunst), als praktische toepassingen (werktuigen voor de vervaardiging van textiel  en werktuigen voor de landbouw).

chavin.jpg

Maar het meeste dat bewaard is gebleven uit de Chavincultuur moet toch tot de kunstvoorwerpen worden gerekend. Deze kunst doet soms nogal abstract aan, maar men kan er toch van uitgaan dat de meeste voorwerpen wel een representationele betekenis hebben gehad. In sommige opzichten doet de Chavin kunst wel een beetje denken aan die van de Olmeken in het pre-Columbiaanse Mexico (veelvuldige afbeelding van katachtigen).  Dit soort overeenkomsten doet de vraag rijzen of er sprake is geweest van wederzijdse beinvloeding van beide culturen. Hoewel hierover niets met absolute zekerheid kan worden gezegd, ben ik toch van mening dat men er beter aan doet te accepteren dat sommige overeenkomsten het best verklaard kunnen worden als een speling van het lot, dus gewoon als toeval.

chavin_warrior_i.jpg chavin_art.jpg

Chavin warrior                                                            Onbekend

Het is aannemelijk dat de indianen in de Chavin cultuur aan religieuze gebruiken een grote waarde hechtten. Van tal van voorwerpen die zijn opgegraven wordt aangenomen dat deze zijn gebruikt voor religieuze ceremonies. Het religieuze centrum was waarschijnlijk de plaats Chavin de Huantar, waar de cultuur haar naam aan dankt. Wie de goden van deze mensen waren weten we niet precies, maar er duikt op afbeeldingen heel vaak een man op met twee staven in de hand. Ook lijken ze een soort heilige drie-eenheid te hebben gekend in de gedaante van een jaguar, een kaaiman, en een arend. Er zijn verder talloze schelpen gevonden die zijn bewerkt, en die waarschijnlijk hebben gediend als blaasinstrumenten. Het opmerkelijke is dat de schelpen (Spondylus princeps) afkomstig waren uit de kustwateren van Ecuador, terwijl Chavin de Huantar op 3000 meter hoogte in het binnenland van Peru lag. Dat betekent dat er waarschijnlijk handel heeft plaatsgevonden met de volkeren aan de Pacifische kust. De wijze waarop de schelpen zijn bewerkt (voor muziekinstrumenten, maar ook om als sieraad te dienen) doet vermoeden dat hier werkelijk sprake was van een nijverheid, waarbij van ruwe grondstoffen eindproducten werden gemaakt.

Paracas (700 BC – 100 BC)

De Paracas mensen leefden in het gebied nabij het huidige Pisco in de provincie Ica. Hier in de buurt ligt ook een schiereiland dat Paracas heet, en dat de naam heeft gegeven aan deze cultuur. Het tijdvak waarin de cultuur tot bloei kwam kan worden opgedeeld in twee perioden. Het onderscheid in deze perioden wordt gemaakt op basis van wat nu bekend is over de wijze waarop de mensen toen ter tijd met hun doden omgingen. In de vroegste periode (700 BC – 200 BC) werden de doden in grotten opgeborgen. De lichamen werden in geborduurde mantels gewikkeld, en in kegelvormige graven gelegd. Ook werden alle bezittingen van de overledene in deze graven geplaatst. We weten dit omdat wetenschappers deze graven in rotsspelonken hebben teruggevonden. Deze periode wordt de Cavernas-tijd genoemd (caverns = grotten).

paraca19.jpg

Paracas (Cavernas) vaas

Van de Paracas-mensen is bekend dat zij grote vaardigheid bezaten in het bewerken van textiel. Dat komt misschien nog sterker tot uiting gedurende de latere periode, die van de Necropolis. In deze periode, die loopt van 200 voor Christus tot 100 AD, waren de mensen gewoon hun doden te begraven onder hun huizen.

De meeste informatie omtrent het leven van deze mensen is afkomstig van opgravingen bij de necropolis aan de kust. Julio Tello, een Peruviaanse oudheidkundige, heeft deze plaats in 1922 ontdekt.  De necropolis Wari Kayan bestond uit talloze onderaardse grafkelders. Hierin lagen per kelder gemiddeld veertig mummies. Waarschijnlijk behoorden de mummies in zo’n grafkelder tot een en dezelfde clan. Deze kon dan gedurende enkele generaties hun doden in deze kelder begraven.  Het lichaam van de overledene werd met touw omwonden, dit om er voor te zorgen dat de mummie later intact zou blijven.  Ook nu werden de lichamen weer gewikkeld in kostbare gewaden.  Het textiel uit die tijd behoort tot de meest verfijnde van alle textielvormen die voorkwamen in de pre-Colombiaanse Andes gemeenschappen. Naast deze nijverheid in de textiel stonden de Paracas-mensen ook bekend om hun kennis van irrigatie en waterbeheer.

paraca20_small.jpg

mummie uit de necropolis

Moche (100 – 600 AD) Centraal Peru

De Moche of Mochica-cultuur is waarschijnlijk ontstaan rond de tweede eeuw voor Christus langs de noordelijke kust van Peru. De naam van de beschaving is afkomstig van de rivier de Moche waar de beschaving haar middelpunt had. In de buurt van de huidige stad Trujillo lag de hoofdstad van het rijk. Daar waren de piramides van de zon (Huaca del Sol) en de maan (Huaca de la Luna). De Huaca del Sol is de grootste piramide in Peru, maar hij is grotendeels door de Spanjaarden verwoest in hun jacht op goud. De maanpiramide daarentegen is vrij goed bewaard gebleven. Hier zijn grote muurschilderingen (murals) en beeldenverzamelingen te bewonderen. Volgens schattingen leefden er in de hoogtijdagen van de cultuur zo’n 20000 mensen in de stad. De Mochica waren fantastische architecten. De manier van bouwen verraadt een beschaving die kan wedijveren met die van andere grote beschavingen uit die tijd in Midden en Zuid-Amerika (denk bijvoorbeeld aan de Maya’s).

mapa_cultura_moche

De Moche samenleving was een strak georganiseerde samenleving, er waren krijgers, heersers, maar ook ambachtslieden en natuurlijk boeren. Wat wij weten over deze beschaving is door nauwkeurige studie van hun kunst en architectuur vergaard. De Moche kenden niet het schrift, dit gold voor alle beschavingen die hier worden besproken, en zoals bekend, ook voor de Inca’s. Het was een krijgshaftig volk dat zijn cultuur verspreidde door middel van militaire acties. Andere volken werden zodoende onderworpen. De heerser was een soort god-koning die haast absolute macht uitoefende. Vaak wordt gesproken over mensenoffers om de heerser te behagen. Nu is het brengen van mensenoffers om de goden te verzoenen niet ongebruikelijk in de Midden- en Zuid-Amerikaanse indiaanse culturen. Maar er wordt ook vaak gesproken over kannibalisme waarbij de krijgsgevangen gemaakte tegenstanders werden gedood en hun bloed werd opgedronken. Dit zou ook bij de Moche hebben plaatsgevonden. De krijgsgevangenen zouden in processie naar de piramides zijn geleid waarna bij hen de keel werd doorgesneden. Een en ander heeft men kunnen opmaken uit de gevonden kunstvoorwerpen. Naast de vergevorderde architectuur, doen ook deze aspecten van de Moche-beschaving sterk denken aan die van de Maya’s in het zuiden van Mexico en Midden-Amerika.

De Mochica verbouwden op hun akkers mais, aardnoten, aardappelen, pompoenen en pepers. Om de akkers te bevloeien legden ze kanalen en aquaducten aan. Zij hielden vee en gingen ook de zee op om vis te vangen. Zij waren knappe edelsmeden. Hun sieraden van goud, zilver, koper en verschillende legeringen behoren tot de mooiste van de hele pre-Columbiaanse cultuur. Maar ze zijn misschien nog het meest vermaard om hun keramiek.

moche1.jpg

Heel karakteristiek zijn de vazen met begeltuithandvaten. Deze worden gemaakt uit tweedelige mallen. Vervolgens worden ze beschilderd in de veel voorkomende bruinrode tinten. De voorstellingen verhalen van een strijd tussen mensen en goden. Op andere vazen zijn weer taferelen uit het dagelijkse leven van de Moche te zien, hun liefdes, hun rituelen en hun werk. De afbeeldingen op de potten en vazen vertellen als het ware het levensverhaal van de Mochica. Hier heeft de keramiek van het gehele Latijns-Amerikaanse grondgebied haar hoogtepunt gekend.

begeltuitvaas

Ook dienden dieren en mensengezichten vaak als onderwerp voor de voorwerpen in de keramiek van de Mochica’s. Wat daarbij opvalt is dat ze in staat waren de vormen van de dieren en de lijnen in de mensengezichten heel natuurgetrouw uit te beelden. De volgende afbeeldingen laten daar enkele voorbeelden van zien. Men maakte gebruik van vormen waarin het materiaal (klei) werd gestopt. Dit maakte het mogelijk om productie op grote schaal te bedrijven.

Omdat de personen op de aardewerken potten vaak zo nauwgezet worden weergegeven lijkt het er op dat er veel aandacht is gegeven aan deze personen. Dat doet vermoeden dat individualiteit een belangrijk aspect was binnen de Moche samenleving. De portretvazen tonen de mensen in al hun stemmingen, blij, bezorgd, verzonken in gedachten, boos, opgewonden, en soms ook erotisch geprikkeld.

Erotiek is een belangrijk element in de keramiek van de Moche. Naast seksueel getinte voorstellingen op vazen hebben we het dan over voorwerpen waar, op haast ceremoniële wijze, de geslachtsdaad wordt afgebeeld. Veel van deze afbeeldingen tonen daarbij omstanders waarvan de rol onduidelijk blijft.

aa02_moche_vessel.jpg

Moche portretvaas uit Larco Museum Collectie, Lima

Over de teloorgang van de cultuur doen verschillende veronderstellingen de ronde. Maar haast alle hebben te maken met grote veranderingen in de omgeving en/of het klimaat. Klimaatondersoekers hebben bij onderzoek naar ijs in boorkernen in de Andes aanwijzingen gevonden dat rond 550 na Christus het gebied te maken kreeg met overvloedige regenval gedurende een periode van 25 tot 30 jaar. Zou het gaan om een El Niño maar dan sterker dan wij nu heden ten dage meemaken? De periode werd gevolgd door een evenlange periode van extreme droogte. Ook dat was natuurlijk zeer fnuikend voor de voedselvoorziening. De Moche probeerden door het brengen van offers (soms dus ook mensenoffers) aan de goden dit soort onheil te vermijden. Maar als dit niet lukt dan wordt het vertrouwen in de goden opgezegd, en vooral in hun woordvoerders onder de mensen, de priesterkaste en de leiders. Sociale onrust is daarvan het gevolg. Of dit nu werkelijk het einde van deze beschaving heeft betekend wordt door anderen weer ernstig betwijfeld. Voor wie onderzoek doet naar de verdwijning van vroegere beschavingen komt bovengenoemde factoren  steeds weer tegen. Vaak nog aangevuld met het verschijnen op het toneel van nieuwe (vijandige) volken. De aanwijzingen voor een invasie op het gebied van de Moche zijn echter vrijwel afwezig.

Nazca (100 BC – 800 AD) in het Zuiden

De Nazca cultuur bloeide op in het gebied rond Nazca, in het zuidelijke kustgebied van Peru. Het gebied rond Nazca was een woestijngebied dat door de bewoners in een vruchtbaar landbouwgebied getransformeerd werd. Dat gebeurde door de aanleg van irrigatiesystemen, waarbij zelfs gebruik werd gemaakt van ondergrondse aquaducten. De opkomst van de cultuur valt samen met het einde van een periode van uitzonderlijke droogte. Hoewel het gebied ook in normale tijden niet kan rekenen op enige regenval van betekenis, het ligt immers niet zo ver van de droogste plaats op aarde in het noorden van Chili, waren de omstandigheden aan het einde van de derde eeuw voor Christus kennelijk zodanig dat bewoning niet mogelijk was. Daar kwam dus in de tweede eeuw voor Christus enige verandering in.  Waar de mensen vandaan kwamen is niet met zekerheid te zeggen, maar het is niet onwaarschijnlijk dat ze uit de hoger gelegen gebieden van de Andes kwamen.

Waarschijnlijk het meest bekend is de cultuur om de lijnen die ze hebben gemaakt in de bodem. Deze zijn eigenlijk alleen goed vanuit de hoogte te zien, wat sommige fantasten er toe heeft bewogen verhalen over een buitenaardse oorsprong van de beschaving te verspreiden. Ook zouden, volgens weer andere fantasten, de Nazcamensen hebben kunnen vliegen.

800px-nazca_colibri.jpg

Nazca kolibri.

De lijnen van Nazca, zogenaamde geogliefen, varieren in lengte van een aantal meters tot honderden meters. Het zijn zeer ondiepe gleuven (hooguit 30 cm diep) in de bodem van het gebied. Deze bodem is op de meeste plaatsen wel hard maar de reden waarom deze lijnen bewaard zijn gebleven lijkt vooral een klimatologische. Het is in het gebied bijzonder droog. De jaarlijkse neerslag bedraagt amper een milimeter. Bovendien is de atmosfeer in het gebied ook nog erg rustig. Kortom, veel erosie vindt er niet plaats. Er zijn tekeningen van geometrische figuren en van dieren. Sommige tekeningen lijken op doolhoven. Het meest bekend zijn toch waarschijnlijk wel de dieren. De lijnen varieren in lengte van enkele meters tot bijna 300 meter. Wanneer we de buitenaardse oorsprong als verklaring afwijzen, en we ook niet geloven dat de ‘sjamanen’, al of niet onder invloed van hallucinogene stoffen, boven het aardoppervlak zweefden, moeten we toch in ieder geval vaststellen dat de makers over een fenomenaal meetkundig inzicht hebben beschikt. Het kan haast niet anders dan dat ze omvang en vorm van tevoren hebben berekend, waarschijnlijk op basis van kleinere voorbeeld afbeeldingen. Of de tekeningen religieuze uitingen zijn weten we ook niet. Om daarover iets te kunnen zeggen zouden we meer over hun godsdienst moeten weten. Helaas hebben we op dit gebied geen enkele aanwijzing. Wanneer we resten zouden vinden van religieuze plaatsen, of voorwerpen waarvan we het vermoeden zouden hebben dat ze dienden voor religieus gebruik, dan zouden we misschien verbanden kunnen leggen met de afbeeldingen van de geogliefen. Het lijkt vrijwel uitgesloten dat de geogliefen een betekenis hadden voor de landbouw (irrigatie). We weten immers het nodige over de waterbouwkundige werken uit de Nazca cultuur. Elke relatie met de irrigatiesystemen die zij wel hebben aangelegd ontbreekt in het geval van de geogliefen.

Nazca bekers (ca. 300 na Christus), Museo de Arte Precolombino, Cuzco, Peru

Tihuanaco – Tiahuanaco – Tiwanaku (100 – 900 AD)

Tihuanaco of Tiwanaku was een stad gelegen in het huidige Bolivia op enkele tientallen kilometers van het Titicacameer dat gelegen is op de grens tussen Peru en Bolivia. De stad lag op een hoogte van 4000 meter en ontstond waarschijnlijk al rond 400 voor Christus. Tihuanaco was de hoofdstad van een rijk dat in zijn bloeiperiode tot circa 900 AD ongeveer het gehele zuidelijke deel omvatte van het latere Incarijk. De Inca’s beschouwde de beschaving van Tihuanaco dan ook als hun directe voorganger. Wat we weten over de Tihuanaco-beschaving is echter afkomstig uit de archeologische vindplaatsen.

tiamap.gif

Tihuanaco was dus de hoofdstad van een van de grote culturen van voor de tijd van de Inca’s en er stonden tempels en andere grote gebouwen in de stad. Volgens sommigen hebben tijdens de bloeiperiode van de beschaving zo’n 1 miljoen mensen geleefd in het grote rijk.  Ook in de Tihuanaco-beschaving komen we weer de nodige opmerkelijke waterbouwkundige werken tegen. Het gebied is van nature erg droog, en dus moesten de mensen erg spaarzaam zijn met het weinige water dat er wel was. We komen de resten tegen van uitgebreide irrigatiewerken. Het is niet onwaarschijnlijk dat een grote droogteperiode het einde inluidde van de beschaving van Tihuanaco. Het moet met de huidige technologie mogelijk zijn om aan de hand van ijsmonsters op Groenland en Antarctica iets te weten te komen omtrent het klimaat van 1000 tot 1200 jaar geleden. De hypothese dat een enorme droogte een einde maakte aan deze beschaving komt overeen met die over het einde van de Maya-beschaving. We spreken ruwweg over dezelfde periode.

Het zal niemand verbazen dat ook in de Tihuanaco-beschaving aan de zon goddelijke status werd toegekend. Dat zien we bij alle beschavingen in dit gebied. Wereldberoemd is de zonnepoort, gehouwen uit een monoliet. De poort stond waarschijnlijk in een tempel. De zon scheen volgens de overlevering op een bepaalde dag in het jaar precies door de opening van de poort, en het licht viel toentertijd waarschijnlijk op een of andere heilig voorwerp in de tempel. Daarom wordt vermoed dat de poort naast een godsdienstige functie ook nog een astronomische functie, of kalender functie had. Ik weet wel dat zeer onlangs is bekend gemaakt dat een soortgelijke betekenis die aan Stonehenge is toebedacht door wetenschappers in twijfel is getrokken. We weten het gewoon niet.

tiagate.jpg

De zonnepoort in Tihuanaco, gehouwen uit een monoliet (Andesiet) met een gewicht van meer dan 10 ton.

Ook de zonnepoort van Tihuanaco heeft de fantasie van fantasten op hol doen slaan. Weer zijn buitenaardse wezens ten tonele gevoerd om te verklaren hoe een monoliet met dit gewicht verplaatst kon worden. Natuurlijk zijn er nog veel vragen bij de studie naar oude beschavingen, maar het is toch juist zo veel spannender om door wetenschappelijk onderzoek, stap voor stap, antwoorden te zoeken voor de vele vragen die er nog zijn, dan om met een pasklaar verhaal te komen dat alles “verklaart”. Wat in ieder geval wel raadselachtig is, zijn de afbeeldingen op de poort. Niet zo zeer die van de zonnegod (Viracocha), die komen we wel vaker tegen, maar de afbeeldingen van dieren zijn ronduit verbluffend. De condor en de jaguar komen vandaag de dag natuurlijk nog voor, maar de toxodon en de Zuidamerikaanse olifant zijn toch al minstens 11.000 tot 13.000 jaar geleden uitgestorven. Is de poort dan zo oud? Dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Waarom zouden de inwoners van Tihuanaco niet resten van deze dieren hebben gevonden? Of worden we voor de gek gehouden en zijn de afbeeldingen niet oorspronkelijk? Toen de monoliet werd ontdekt lag hij overigens gebroken in twee stukken onder een laag aarde en stof. In 1908 is hij weer opgericht en op de juiste plaats gezet. Het vermoeden bestaat dat de poort deel heeft uitgemaakt van een (stads?)muur.

Afbeelding van de toxodon op de Puerta del Sol?

Naast de zonnepoort is er ook nog de Akapana-piramide en de Kalasayaya tempel. De Akapana-piramide is een piramide met trappen. Deze vorm komt veelvuldig voor op het westelijk halfrond (maar ook in Egypte). De orientatie van de piramide doet vermoeden dat de mensen indertijd al veel kennis hadden van de astronomie. De piramide was bij de ontdekking helemaal bedekt met aarde. Schatgravers en plunderaars hebben een gat gemaakt aan de bovenzijde van de piramide. Of zij ook werkelijk kostbaarheden in de piramide hebben gevonden is niet bekend. Men is nog steeds bezig met het uitgraven van de piramide. Zo probeert men er achter te komen hoe de constructie er uitzag en in welke relatie de piramide stond met de andere gebouwen in Tihuanaco.

De Akapana-piramide

Vlakbij de piramide ligt in ieder geval de Kalasasaya tempel. Deze ligt half onder de grond. De Kalasasaya tempel vormde samen met een ‘paleis’ hoogst waarschijnlijk het ceremoniële centrum van de stad.

Het centrale deel van de “stad” Tihuanaco in vroegere tijden

De ingang van de Kalasasaya tempel

Rest natuurlijk nog te wijzen op de bewerkte grote rotsblokken, of moeten we het hebben over volledig bewerkte stenen, van Puma Punka. Ook hier gaat het om reusachtige monolieten met een gewicht van tientallen tonnen die vaak vakkundig zijn bewerkt. Dat ze er een beetje ‘slordig’  bijliggen (aardbevingen?) verhoogt het mysterie alleen maar. Puma Punka ligt op enige afstand van Tihuanaco, in de richting van het Titicacameer. Het is een vraag waar de geleerden nog niet uit zijn, of de oevers van het Titicacameer vroeger, in nattere tijden, zich niet verder uitstrekten, kortom of het waterpeil in het meer toen hoger was dan nu? Het idee dat Puma Punka een havenstad is geweest aan het Titicacameer is dan niet helemaal uit de lucht gegrepen.

Een andere raadsel dat nog op een oplossing wacht is de vraag hoe de grote stenen zo goed bijgewerkt konden worden dat ze perfect op elkaar passen. We zien dat bij de pre-inca-culturen van Tihuanaco en de Huari, maar natuurlijk ook bij de Inca’s zelf. De muren van de tempels, maar  meestal ook de trapezoide openingen, zijn geheel glad afgewerkt. De stenen passen precies op elkaar, en de constructies zijn bovendien zeer stabiel (in een gebied dat vaak getroffen wordt door zware aardbevingen is dat natuurlijk erg belangrijk).  De stenen werden op een bepaalde manier zo glad geslepen dat men er goed mee kon bouwen. Hoe dat precies is gebeurd?  Draaischijven waren niet bekend bij deze mensen.

Huari – Wari (Ayacucho Peru, 500 – 900 AD )

Ongeveer gelijktijdig met de Tihuanaco cultuur in Bolivia en het gebied rond het Titicacameer bestond er in Peru een beschaving die de Huari (Wari) cultuur genoemd wordt. Het centrum van deze cultuur lag in het gebied in de nabijheid van de huidige stad Ayacucho. Het staat wel vast dat het Huari-rijk en het rijk van Tihuanaco in een verhouding van rivaliteit met elkaar stonden. Of dit ook heeft geresulteerd in grote oorlogen is niet met zekerheid te zeggen, maar erg waarschijnlijk lijkt het niet.  De hoofdstad van het rijk heette eveneens Huari. Het gebied dat deze beschaving bestreek omvatte grote delen van de hooglanden van Peru, als ook van de kustgebieden. De Huari stichtten een stad in de nabijheid van de eeuwen oude tempel van Pachacamac (waarschijnlijk gebouwd in de periode tussen 200 – 600 na Christus). Deze stad fungeerde voor de Huari als een soort bestuurscentrum. De Huari waren een krijgshaftig volk dat vele andere volkeren onderwierp. Zij bouwden ook de eerste steden met grote verdedigingswerken en versterkingen. Men leest nogal eens dat de Huari zelf niet zo’n hoogstaande cultuur hadden, maar dat ze de cultuur van de onderworpen volken gewoon overnam of eigen maakte. Dat is heel goed mogelijk, maar is dat niet de praktijk met veel veroveraars en de volkeren die zij overwonnen? Van de Inca’s wordt vaak hetzelfde gezegd en over de Romeinen leest men dit ook wel eens. Wel is zonder meer waar dat de veroveringszucht van de Huari heeft geleid tot imperiale pretenties die we bij de Inca’s ook tegenkomen.

Overblijfselen van de Pachacamac tempel

In de mythologie van de Huari was Pachacamac (Pacha Kamaq)de schepper van de aarde en, niet onbelangrijk, van man en vrouw. De Inca’s vereerden deze god ook. Hij was de zoon van Inti, de zonnegod. In de mythologie van de pre-Inca volkeren als ook in die van de Inca’s zelf, is de plaats van de verschillende figuren niet altijd even helder. Soms is er sprake van directe afstammelingen van de zonnegod (Pachacamac, Viracocha en Manco Capac), in andere gevallen nemen ze een minder prominente plaats in. Het verhaal van Pachacamac als de schepper van man en vrouw, die vergat de mens uit te rusten met de mogelijkheid voedsel te vergaren. De man stierf en de vrouw werd daarop zo kwaad dat zij zich onmiddellijk in verbinding stelde met de zonnegod Inti om zich te beklagen over Pachacamac. Daarover zou Pachacamac zich zo kwaad hebben gemaakt dat hij zich ging toeleggen op het doden van jonggeborenen. Wichama, de zoon van de eerste vrouw, wist uiteindelijk Pachacamac te verslaan en wierp hem in de diepten van de zee. Daar is Pachacamac nu de oppergod van de vissen. Hoe het een verwende zoon van de oppergod kan vergaan. Goden zijn net mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken, dat komt in alle mythologieen weer terug.

Huari grafkelders

Beeldhouwwerk Huari (900 na Christus), Museo de Arte Precolombino, Cuzco, Peru

Chimú

De Chimú waren de bewoners van Chimor, een gebied in de nabijheid van de Moche-vallei  bij Trujillo in Peru. Zij leefden daar in de periode van 850-1470 A.D. In 1470 werd Chimor ingelijfd door Tupac Inca  Yupanqui en behoorde het dus tot het grote, kortstondige, Incarijk. De Chimú kunnen gezien worden als de opvolgers van de Mochica of Moche, waarover ik al eerder iets heb gezegd. De hoofdstad van Chimor was Chan Chan, niet ver verwijderd van waar nu de plaatsen Trujillo en Huanchaco liggen. De stad wordt gekarakteriseerd door de overblijfselen van de paleizen uit de tijd van de Chimú. Deze paleizen waren gebouwd voor de heersers van het rijk, en bevatte ieder een ceremonieel gedeelte, een gedeelte waarin gewoond werd, en een begraafplaats. De ciudadelas, of koninklijke verblijven, waren omringd door hoge muren van wel 10 meter.  Het best bewaarde paleis is het Tschudi-complex met een plein en grote zalen. In meer dan 40 tomben liggen de stoffelijke overschotten van edelen uit die tijd. Chan Chan staat overigens op de werelderfgoedlijst van de UNESCO.

chanchan

Chan Chan

Wanneer we in de stad Chan Chan zouden rondlopen zouden we kunnen zien dat er een strikte scheiding bestond tussen de woonverblijven van de heersers en het gewone volk. Sterker nog, het overgrote deel van het gewone volk (rond de 25.000 inwoners) leefde in onderkomens, barrios, aan de rand van de stad. In de barrios stonden voornamelijk huizen voor afzonderlijke families, een soort eengezinswoningen dus, met woon- en werkvertrekken, een keuken, een onderkomen voor de huisdieren, en tenslotte een soort provisiekamer. Verder ontbreekt het in Chan Chan eigenlijk aan een eenduidig stedenbouwkundig plan. In die zin wijkt het sterk af van een stad als Cuzco, waar reeds vroeg sprake was van een duidelijk stratenpatroon. We kunnen in Chan Chan eigenlijk zes basisvormen van architectuur herkennen. 1. De eerder genoemde familieonderkomens. 2. Een architectuur die verbonden is met een soort tussenlaag van de niet-koninklijke elite. 3. De ciudadelas behorende tot het persoonlijk eigendom van de koningen. 4. Vier zogenaamde huacas (een huaca is een soort monument of gedenkteken). 5. audiencias (openbare pleinen) die waarschijnlijk een belangrijke rol speelden in het openbare leven. 6. Een geheel van onderkomens voor de minst bevoorrechten (hier weten wij niet veel van aangezien er eigenlijk niets van is overgebleven). Maar Chan Chan moet ten tijde van het Chimúrijk toch een behoorlijk stedelijke allure hebben gehad.

Tschudi-complex_1

Tschudi complex

De ciudadelas hadden vaak U-vormige kamers met een verhoogde vloer en een binnenplaats. Vaak waren er 10 tot 15 van zulke vertrekken in een enkele ciudadela. Zij waren het eigendom van de koning.

De Chimú leefden in een smalle strook land in het noordelijk kustgebied. Het klimaat is daar erg droog. wat resulteert in een  woestijnachtige omgeving. Het leefgebied van de Chimú  ligt ingeklemd tussen het water van de Stille Oceaan enerzijds, en de uitlopers van het Andesmassief anderzijds. Zij verschenen rond 850 A.D. in het gebied. Uit archeologisch onderzoek is naar voren gekomen dat de Chimú-cultuur inderdaad is voortgekomen uit de restanten van de oude Moche-cultuur. Zo vertoont de ceramiek van de vroege Chimú-cultuur veel overeenkomst met die van de Moche-cultuur. Andere bronnen melden evenwel dat het rijk van de Chimú zich uitstrekte over een veel langere kuststrook, ongeveer van Ecuador tot het noorden van Chili. Overeenkomst in de voorwerpen die zijn gevonden in het betreffende gebied zou daarvoor het bewijs zijn. Met de verovering van het Chimúrijk door de Inca’s komt een einde aan de laatste grote cultuur van voor de Inca’s. Het is belangrijk hier op te merken dat er van een grote Inca-beschaving waarschijnlijk geen sprake was geweest zonder de invloeden van alle beschavingen die hier de revue hebben gepasseerd. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de Inca’s van zichzelf helemaal geen grote culturele inbreng hebben gehad, zoals soms wel eens wordt beweerd. Ik herinner mij van mijn middelbare schooltijd dat er over de Romeinen wel eens hetzelfde werd gezegd. Zij hadden volgens deze geluiden niets van zich zelf en bouwden alleen maar voort op de cultuur van de Grieken. In beide gevallen (Romeinen en Inca’s) is dat onzin, maar het is natuurlijk altijd belangrijk bij de studie van oude beschavingen te kijken naar de bronnen van die beschavingen. Men komt dan natuurlijk altijd uit bij oudere beschavingen. Dat maakt de geschiedenis ook zo boeiend.

Chachapoyas (800 AD – 1430)

De beschavingen die wij tot dus ver hebben besproken hadden hun leefgebied veelal in de droge kustgebieden van Peru of in de heuvelachtige voorlopers van de Andes. Natuurlijk is er ook de Tihuanaco beschaving in het hoogland in de nabijheid van het Titicacameer. Een deel van het land waarover wij in dit verband veel minder weten is het tropische regenwoud in het oosten. Het is hier waar het machtige Amazonewoud begint, en het is pas de laatste jaren dat er ontdekkingen worden gedaan van overblijfselen van beschavingen die gedateerd moeten worden voor de Inca-tijd. In het noordoosten van Peru zijn in 2008 in de jungle  stenen huizen gevonden die stammen uit 800 AD. Ze staan in een cirkel en zijn volledig door planten overwoekerd. Deskundigen gaan er van uit dat het hier om een versterkte nederzetting ging van de zogenaamde Chachapoyas beschaving die zich in die tijd begon te ontwikkelen. Van deze beschaving is ook het stenen bouwwerk, fort Kuelap bekend gelegen boven de Utcubamba-vallei in het noorden van het land.   Het gaat om een stenen muur van 600 meter lang en 100 meter breed.  Binnen deze muren lagen niet minder dan 400 gebouwen. Hoewel dit geheel oogt als een vestingwerk is het niet duidelijk tegen welke vijanden de bescherming gedacht moet worden.

Deel van de muur van het vestingwerk bij Kuelap

Het geheel ligt op een hoogte van 3000 meter boven de zeespiegel.  De Chachapoyas  werden ook wel de “Strijders van de wolken” genoemd, een benaming die natuurlijk verwijst naar hun hoge leefgebied in de Andes. Maar hun leefgebied strekte dus waarschijnlijk uit tot in de lager gelegen oerwouden van het Amazonegebied. Over de werkelijke functie van het fort Kuelap lopen de meningen uiteen. Mensen die menen dat het om een echte militaire versterking gaat staan tegenover anderen die in het raadselachtige stenen complex eerder een vluchtplaats zien. Ten tijde van groot gevaar kon de bevolking dan in grote getale worden teruggetrokken binnen de muren van het complex. Maar ook dan reist de vraag aan welk soort gevaren gedacht moet worden? Moet men denken aan natuurrampen? Vijandelijke buurvolkeren (niet veel aanwijzingen)?  Binnen zijn verschillende graven gevonden. Ook is er in het fort een vernuftig drainage  systeem aanwezig om regenwater af te voeren, en te gebruiken voor huishoudelijke doeleinden. Probleem is dat dit systeem nu verstopt is geraakt, en dat  daardoor het gevaar dreigt van verder verval van het kolossale bouwwerk. Het water hoopt zich op tussen de stenen muren en kan dan zijn verwoestende werking uitrichten. Hopelijk wordt in het kader van een of ander programma tot behoud van erfgoed, voldoende geld vrijgemaakt om dit proces te stoppen. Natuurlijk zijn er ook stemmen die zeggen dat fort Kuelap een heiligdom moet zijn geweest. Zij vermoeden dat er een aristocratische priester klasse leefde  die zich bezighield met het verbouwen van landbouwgewassen (voedselproductie), en het uitoefenen van geestelijke leiderschap.

Het complex is pas in 1843 in de buitenwereld bekend geworden. Lokale bewoners wisten natuurlijk al lang van het bestaan van het complex, maar pas toen een lokale rechter een onderzoek deed in het gebied kwam het bestaan van dit bouwwerk in de openbaarheid. Daarna hebben archeologen, geschiedkundigen en avonturiers hun weg naar het gebied gevonden.  <<wordt vervolgd>>

___________________________________________________________________________________

Viracocha, de gevederde slangengod

viracocha.jpg

De gevederde slangengod komt men overal tegen in de oude culturen van Latijns Amerika. Bij de Maya’s heet hij Kukulkan, bij de Azteken Quetzalcoatl, in Palenque noemden ze hem Votan, en bij de Inca’s dus Viracocha.

 

Merkwaardig is dat bij de Inca’s de god in de overleverde verhalen zelf een Inca-koning zou zijn geweest. Over de historische ‘authenticiteit’ van de Inca-koningen van zeg, 1200 tot 1430 is altijd veel onduidelijkheid gebleven. We weten niet of deze echt hebben bestaan. Het zou dan gaan om Manco Capac, Sinchi Roca, Lloque Llupanqui, Mayta Capac, Capac Yupanqui, Inca Roca, Yahuar Huaca, en Viracocha. De god die is afgedaald naar de mensheid, waar hebben we dat meer gehoord? Viracocha, Pachacamac en Manco Capac zijn de kinderen van de zonnegod Inti. Over de ‘teloorgang’ van Pachacamac heb ik het al gehad. Manco Capac als eerste Sapa Inca (Inca koning)? Dan blijft dus Viracocha over. Maar andere bronnen beschouwen Viracocha als de oppergod, de schepper van hemel en aarde. Hij zou het er rustig van nemen en de dagelijkse bezigheden overlaten aan de zonnegod Inti en Illapa. Viracocha (Quechua voor vet meer) draagt op de afbeelding in zijn handen twee “staven”, de ene beeldt een jaguar uit, de andere een tweekoppige slang. In Tihuanaco staan enorme beelden van deze god. De cultuur van Tihuanaco is, zoals we hebben gezien, veel ouder dan die van de Inca’s, dus we mogen er vanuit gaan dat de Inca’s ook de goden van de culturen voor hen in hun “godsdienst”  hebben geincorporeerd.

 

Advertenties

Responses

  1. de afbeeldingen zijn van zeer goede kwaliteit, doe zo verder!!!

  2. ¡Qué interesantísimo las fotos y el texto sobre las culturas pre- inca!

    Me han gustado mucho. Gracias.

  3. hallo ik wil u feliciteren met uw artikel, dat is heel interessant. Ik wil met u delen deze video, ik hoop dat het is om uw totale tevredenheid.


    broederlijke groeten


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: