Gepost door: athahualpa | februari 22, 2016

Een reis langs Praag – Bratislava – Boedapest – Wenen

Zomer 1914

Het was niet toevallig dat ik dit jaar koos voor een reis naar Midden Europa. Hier brak 100 jaar geleden de Eerste Grote Wereldbrand uit. Wat wist ik nu helemaal van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie? Van Geert Mak had ik begrepen dat wanneer je iets over de geschiedenis van Europa wilt weten, je op zijn minst een bezoek aan deze steden moest brengen. Toch zou dit geen studiereis worden, studeren doe ik al het hele jaar, dus mag ik mijn hoofd ook wel eens leeg maken. Ik zou alles over mij heen laten komen, de sfeer proeven, indrukken opdoen, mij laten verrassen wanneer dat enigszins mogelijk was. Vooraf had ik mij wel voorgenomen om mij eerst goed in te lezen, drie stedengidsen gekocht, maar daar is niets van terechtgekomen. Niet dat ik geen baat heb gehad van de reisgidsen, maar dan meer ad hoc, wanneer ik ergens stond en er iets meer over wilde weten.

IMG_1870.JPG

Dresden

Onderweg nog eerst een bezoek aan Dresden. Ik was daar al zes geleden geweest en de Frauenkirche aldaar heeft vele jaren het bureaublad van mijn computer gesierd. Het historische centrum van de stad wordt steeds verder volgebouwd. Uiteindelijk worden waarschijnlijk alle gaten opgevuld. Dat gebeurt met bouwwerken die op zich wel passen in de stad, maar die toch iets steriels hebben. In die gebouwen komen kantoren, bedrijven en hotels, dit allemaal in een prijsklasse, zodanig dat ik vrees dat dit de levendigheid van de binnenstad verder gaat aantasten. Natuurlijk blijft er in de binnenstad veel moois te zien, maar voor een dynamische stad is het belangrijk dat het grote geld niet alles gaat overheersen.

IMG_1874

Het binnenplein van het Kleine Residenzschloss in Dresden heeft een zelfde soort overkapping als de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

Praag

Praag is een onwaarschijnlijk mooie stad. Er zijn straten in deze stad waarin elke gevel een juweel op zich is. Daarom noemen veel mensen Praag één groot openlucht museum. Ik ben het daar toch niet mee eens. In een openlucht museum ziet men niet de integratie van verschillende bouwstijlen die men hier nu juist wel ziet. De Moldau splitst de stad op in twee delen, aan de linkeroever is de burchtwijk en de Malá Strana (kleine wijk), aan de rechteroever de Jodenwijk, de Staré Město (oude wijk) en de Nové Město (nieuwe wijk). In de Jodenwijk wilde ik op zoek naar de plaats waar Rabbi Löw heeft geleefd. Ik heb slechts de oude Joodse begraafplaats gezien waar hij ligt begraven. Ik had mij moeten begeven naar de Staronova Synagoge. Ik ben er waarschijnlijk wel langs gelopen toen ik in de buurt van de Pariziska ronddwaalde. De Pariziska is de Praagse PC Hooftstraat. Maar de Rabbi heb ik dus niet gezien, net zo min als zijn creatie, de Golem.

Ik had het over de Moldau (Vltava), de rivier die zijn naam heeft gegeven aan het muziekstuk van Smetana. Deze rivier kan vreselijk te keer gaan zoals in 2002 toen er een vreselijke overstroming was (in heel Midden-Europa trouwens). Maar in rustiger tijden, zoals nu tijdens deze vakantie, zie je er eigenlijk alleen maar rondvaartboten ronddobberen. Rondvaartboten met weinig diepgang. Verheven boven de Moldau staat in het Letna Park een grote metronoom. Alleen …, hij doet het niet meer. Op de plaats waar van 1955 tot 1963 een waanzinnig groot beeld van Stalin stond, is in het begin van de jaren negentig deze metronoom neergezet. Ik herinner mij deze metronoom nog uit een aflevering van de Italiaanse misdaadserie La Piovra die zich in Praag afspeelde vlak na de omwenteling.

IMG_1959

Pariziska, machtige gevels in een zeer schaduwrijke straat.

Over de mensen in Praag kan ik niet veel zeggen. De uitzondering vormen degenen die zich toeleggen op het wisselen van valuta in obscure wisselkantoortjes. Enkele reisgenoten hebben tot soms wel 30 procent commissie betaald. Ik heb mij niet laten bedotten deze vakantie, hoewel de aanschaf van de CD met zigeunermuziek van het orkestje dat in de Poesta de maaltijd opvrolijkte wel dicht in de buurt komt. Half zo mooi zo als het klonk tijdens de maaltijd, maar vooral heel erg kort (28 minuten). Dat kon vroeger al op één kant van een elpee (nou ja, met heel veel moeite dan). De meeste mensen die ik in Praag heb gezien waren toeristen. Volgens onze gids waren de echte inwoners van de stad met vakantie. Ik heb lang niet alles gezien wat ik had willen zien, maar Praag is relatief dichtbij dus wat hindert mij om nog eens te gaan.

Het merkwaardige waarschuwingsbord van de volgende foto trof ik aan in de burchtwijk van Praag bij het gebouw van de senaat. Ik vroeg aan de gids waarom Tsjechië niet tot de Eurolanden behoorde en het armere Slowakije wel. Hij vertelde mij dat het juist het gebrek aan economische ontwikkeling in Slowakije was die toetreding tot de Euro mogelijk maakte. Landen met een grote, enigszins zelfstandig functionerende bedrijvigheid, zijn vaak minder bereid om hun economische wetgeving aan te passen aan de Europese regelgeving ter zake. Niet dat het er in de toekomst niet van zal komen, maar men neemt er graag ruim de tijd voor.

IMG_2025

Hé, wat vervelend nou dat ik hier niet naar binnen mag met mijn blaffer.

IMG_1960

Het oude stadsmarktplein met de Tynkerk en het monument van Jan Hus.

IMG_1956

Schitterend Jugendstilgebouw aan de Pariziska.

Vanwege de lengte van dit verslag moet ik Bratislava maar overslaan. Toch een verrassend mooie stad.

Boedapest

Boedapest is minder mooi dan Praag, maar ik vond de stad op de een of andere manier eigenlijk wel boeiender. Praag overdondert je, zeker met de bouwkunst, maar in Boedapest is er meer sfeer. De stad is chaotischer en vuiler (hoewel minder vuil dan Amsterdam), maar er is ook hier veel moois te zien. Praag is stijver en noordelijker dan Boedapest. In Boedapest waan je je toch meer in een zuidelijke stad waar alles op straat gebeurt. Natuurlijk was ik er in de zomer en dan is het er een stuk warmer dan in Tsjechië. In de winter kan het er daarentegen berenkoud zijn. Ik heb ook meer Hongaren gesproken dan Tsjechen. Hun taal is voor ons moeilijk om te leren maar gelukkig spreken zij ook wel Duits en Engels.

Als ik onze Hongaarse gids moet geloven dan gaat praktisch niets goed in Hongarije. Zij vertelde over de premier (Orban) die steeds eigenaardiger trekjes begint te vertonen. Ik lees dat ook hier in de krant, en het lijkt er op dat het met het hooghouden van democratische waarden in Hongarije slecht gesteld is. Dus er is wel reden tot grote zorg. Maar wat mij toch een beetje tegenstond was de badinerende toon waarmee ze sprak als zij het had over de prestaties van de Hongaren nu, en in het verleden. Niet alleen de huidige premier deugde niet, neen eigenlijk deugde geen van de leiders die Hongarije ooit had gehad. Hongaren zijn in het verleden wel 30 maal betrokken geweest in militaire conflicten, en alle 30 keer hebben zij verloren. Op het Heldenplein staan reusachtige standbeelden van de stichters van het oude Hongaarse rijk tot aan de partizanenstrijders. Maar in werkelijkheid stelde het volgens haar allemaal niet veel voor. Eerst was er de onderwerping aan de Turken, daarna die aan de Oostenrijkers. Na de Eerste Wereldoorlog verloor Hongarije grote gebiedsdelen. Daarom sloot Hongarije een pact met de Nazi’s om zo weer de verloren gebieden terug te krijgen. Hongarije stond, zoals men dat wel eens zegt, altijd aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Politiek klopt het allemaal niet zo erg, maar er is meer dan dat. Daar had ik wel wat meer over willen horen.

IMG_2175

De statige Erzsébet Körut

IMG_2178

Het schitterende Budapest-Weststation van Eiffel

IMG_2193

Vajdahunyad Castle

IMG_2113

Parlementsgebouw

IMG_2168 Holocaust Memorial

Wenen

Hoewel Boedapest en Wenen deel uitmaakten van dezelfde dubbelmonarchie lijken Wenen en Boedapest qua sfeer toch niet erg op elkaar. Zeker, in de bouwkunst zijn er wel veel overeenkomsten, maar in Boedapest lijkt alles veel dynamischer. Wenen is een keurig verzorgde stad. Velen zullen dat misschien een beetje truttig vinden. Ikzelf had in Wenen steeds het idee dat je geen peuken op straat mocht gooien en niet over het gras mocht lopen. Volgens onze gidsen is Wenen in veel opzichten het grootste dorp ter wereld. De stad kent natuurlijk een overmaat aan barokke bouwkunst. Persoonlijk vind ik de Jugendstil veel mooier. Vooral in de buurt van de Naschmarkt staan er vele mooie voorbeelden van.

IMG_2399

IMG_2410

Ik kan eerlijk gezegd niet meer aanraden naar Schönbrunn te gaan. Natuurlijk is daar veel te zien, en voor een aanschouwelijke les in de geschiedenis van de Europese vorstenhuizen kan ik niet snel een betere plaats bedenken. Maar je wordt daar als bezoeker op welhaast industriële wijze ‘verwerkt’. Om zo laat mag je erin, zoveel minuten later moet je in de volgende zaal zijn, en met een oortje in met het commentaar van de gids sta je na pakweg 40 minuten weer buiten. Ga je te langzaam dan zal de stem van de gids van de volgende groep bezoekers gaan interfereren met de stem van jouw eigen gids en hoor je niets meer. Combineer dat alles met een langzaam schuifelende mensenmenigte in een warme muffe omgeving. Fotograferen (met flitslicht) mag niet in verband met mogelijke fotochemische aantasting van de kostbaarheden aldaar aanwezig. Ik vermoed echter dat de penetrante zweetdampen veel meer chemische reacties veroorzaken die schade kunnen aanrichten.

In Wenen zijn Strauss en Mozart nooit ver weg. In de Hofburg een concert bijgewoond. De zaal was geheel gevuld. Het programma was gevuld met werk dat mij in Nederland niet snel een concertzaal zal binnenlokken. Maar daar was het mij niet om te doen. Het ging mij om de ambiance en de sfeer. De uitvoering was voortreffelijk en de vocale solisten lieten het beste van hun kunnen zien. Ik maak geen foto’s van uitvoerende artiesten, vandaar alleen foto’s uit de zaal voor aanvang, en een foto van het orkest na afloop.

IMG_2330

Het was een fantastische reis, leuk gezelschap, prima reisleider, en redelijk mooi weer. Na al deze indrukken is het nu tijd voor reflectie en nadere studie. Dit verslagje heeft mij daarbij al geholpen.

Tinkunanchiskama

 

Athahualpa

 

Advertenties
Gepost door: athahualpa | januari 27, 2013

Slot: Geschiedenis van de mensenrechten in Latijns-Amerika

Geachte Lezer,

In de vorige bijdragen heb ik verteld hoe Bartolomé De Las Casas reeds in de zestiende eeuw vragen over mensenrechten aan de orde stelde en beantwoordde. Hij deed dat met name naar aanleiding van de mensonwaardige behandeling die de oorspronkelijke bewoners van Zuid- en Midden-Amerika  (de indianen dus) ten deel viel. Hoewel het optreden van Bartolomé De Las Casas niet direct heeft geleid tot het stoppen van deze behandeling, moet toch worden gezegd dat hij in ieder geval het vanzelfsprekende karakter ervan ter discussie heeft gesteld. Voor het mensenrechtendebat, dat in die tijd natuurlijk nog helemaal niet onder die naam werd gevoerd, is zijn bijdrage van niet te overschatten waarde geweest.

In het huidige mensenrechtendebat komt men vaak de spanning tegen tussen de individuele mensenrechten en de collectieve rechten (van een gemeenschap of een volk). Het is interessant op te merken dat Bartolomé De Las Casas dit onderscheid ook al problematiseerde. Las Casas hanteert in zijn denkwijze een begrip uit de Aristotelisch-Thomistische denkschool omtrent de mens als een sociaal wezen. Individuele vrijheid is voor hem geworteld in de gemeenschap, en deze komt tot uitdrukking in de gewoonten, gebruiken en het geloof van die gemeenschap. Dit alleen al maakte dat hij moeite deed te begrijpen wat de betekenis was van de “afschrikwekkende rituelen van de inheemse volken”  waarover ik het eerder had. Natuurlijk verwierp hij de praktijken, maar hij begreep anderzijds toch dat ze een onvervreemdbaar onderdeel uitmaakte van een cultuur. Een cultuur die je misschien niet kon begrijpen, maar die je ook niet kunt ‘dehumaniseren’.

Maar ik had het in de eerste plaats over zijn inspanning om de twee aspecten van  mensenrechten te integreren. Dat stelde hem in staat om de indianen te zien als individu en als deel van een gemeenschap/volk.  Dat bracht hem er toe om voorstellen te doen op het gebied van collectieve gezondheidszorg voor de inheemse bevolking. Het kan niet genoeg benadrukt worden hoe belangrijk dat voor de inheemse bevolking in die tijd was. De belangrijkste oorzaken van het massale sterven van de inheemse bevolking waren de besmettelijke ziekten waartegen zij geen natuurlijke weerstand hadden.  Ook op het gebied van wat we vandaag de dag arbeidsrecht noemen kwam hij met voorstellen die het onrechtvaardige systeem van de ‘encomienda’ moesten vervangen. Het systeem van de ‘encomienda’ heb ik eerder uitgelegd. Het was een juridisch/economisch/politiek concept  dat de slavernij van de inheemse bevolking legitimeerde. Zijn verzet daartegen had hem al eerder niet geliefd gemaakt bij de landheren.

Tot slot wil ik nog zijn werk op het gebied van de vergelijkende cultuurwetenschappen noemen. Ook hier geldt natuurlijk dat deze benaming toen nog helemaal niet bestond. Gebruikmakend van criteria voor beschaving die  Aristoteles aanreikt, maakte hij een vergelijking tussen de Inca- en Aztekencultuur enerzijds en die van de Romeinen en Grieken uit de Klassieke Oudheid anderzijds.  Zover ik weet is dat het eerste vergelijkende onderzoek dat een dergelijk onderwerp als inhoud had. Mijn bronnen vertellen niet of hij ook nog onderzoek heeft gedaan naar de verschillen tussen het Habsburgse keizerrijk van Karel V en de eerder genoemde indiaanse beschavingen (natuurlijk heeft hij dat niet gedaan), maar het is een interessante gedachte. Ik sluit hier mijn exposé af over een man die ik eerst in het geheel niet kende, maar voor wie ik gaandeweg steeds meer bewondering heb gekregen: Bartolomé De Las Casas.

Tinkunanchiskama

Inca Athahua

Gepost door: athahualpa | december 30, 2012

Slow tech of toch maar niet

Er is de laatste tijd nogal wat te doen rond de sociale media en de mogelijkheid dat men daaraan verslaafd kan raken, met alle gevolgen van dien. Zoals dat gebruikelijk is staan voor- en tegenstanders met verhitte hoofden tegenover elkaar. Technofoben (zij die de moderne technische ontwikkelingen met de grootst mogelijke argwaan bekijken) en technofielen (mensen die juist allerlei heil verwachten van nieuwe technologie). Ik ben er zeker van dat geen van beide zich kan vinden in de korte omschrijving die ik van hun positie geef, maar ik heb geen tijd om hier langer bij stil te staan (volgens de eerste groep nu juist precies een aspect van het grotere probleem, het geen tijd meer vinden voor het intensief bestuderen van een maatschappelijk vraagstuk). Technofoben maken vaak de fout grote maatschappelijke consequenties te verbinden aan technologie waarvan zij niets begrijpen, en technofielen zien in elke verandering een vernieuwing die de wereld onherkenbaar zal veranderen, waarmee zij blijk geven niet veel van de wereld te begrijpen.

Wat beide bindt is dat zij onvoldoende afstand nemen van hun preoccupatie. Mensen uit beide kampen redeneren met een strenge logica vanuit hun respectievelijke uitgangspunten naar hun respectievelijke conclusies. Hoe strikter de logica des te meer overtuigd zij zijn van zowel hun conclusies  als hun uitgangspunten. Dat laatste (van de uitgangspunten) is dan weer niet helemaal logisch, maar komt in het dagelijks leven toch heel vaak voor.  Men wordt in het algemeen gesterkt in zijn standpunten wanneer er aantrekkelijke gevolgtrekkingen aan te verbinden zijn.  Beide posities worden gekenmerkt door een wereldbeeld dat men er op nahoudt. Zo is de technofoob een onverbeterlijke cultuurpessimist en de technofiel een blinde utopist. Aan beide predisposities zijn de mensen die er last van hebben meestal verslaafd.

De technofoob kan men met recht voorhouden dat hij al sinds mensenheugenis rampzalige gevolgen profeteert van technische uitvindingen, en dat die vrijwel nooit zijn uitgekomen. De mensen die terecht hebben gewaarschuwd voor de nadelige gevolgen van de toepassing van bepaalde technologie waren meestal tot over hun oren betrokken bij de ontwikkeling van die technologie. Het heeft dus wel zin naar die klokkenluiders te luisteren. De technofiel daarentegen, ik moet hier nu toch onderscheid maken tussen de technicus/technoloog en de technogelovige, gelooft ook meer dan dat hij weet. Hij profeteert er eveneens wat op los. Hij ziet een toekomst waarbij de technologie mensen in staat stelt dingen te doen die zij helemaal niet kunnen.  Natuurlijk, techniek maakt het mogelijk om je met grote snelheid voort te bewegen. Zo zijn er nog wat dingen die techniek vermag. Maar techniek stelt mensen niet in staat op twee plaatsen tegelijk te zijn, of om meerdere dingen tegelijk te doen. Dat laatste wordt anders wel door veel mensen geloofd, men heeft het over multitasken alsof het de gewoonste zaak van de wereld zou zijn.  Iedere cognitieve psycholoog zou je zo kunnen uitleggen dat dit gewoon onzin is (probleem is wel dat de psychologie na Diederik Stapel, geen cognitief psycholoog overigens, niet meer zo wordt geloofd).

Ik maakte hier het onderscheid tussen de technicus/technoloog en de technogelovige omdat eerstgenoemde weet dat ook één enkele processor niet kan multitasken. Wat multitasken wordt genoemd is gewoon het verdelen van de tijd (en geheugen) over een groot aantal segmenten. Dan lijkt het alsof het tegelijkertijd gaat. Computers kunnen dat natuurlijk heel snel.  Mensen niet. Voor echt multitasken moet je meerdere processors parallel laten werken. Moderne CPU’s bestaan meestal wel uit meerdere eenheden. Nu wil ik niet beweren dat het menselijke informatieverwerkende systeem precies hetzelfde werkt als een computer, maar de strategie en de benutting van de verschillende bronnen vertonen wel overeenkomsten. De verschillen blijven daarentegen groter.  Maar het grootste verwijt dat men de technofiel kan maken is dat hij van menselijk gedrag niet veel begrijpt. Dat is ook een complexe weerbarstige materie en daarom is het verstandig om terughoudend te zijn met voorspellingen over menselijk gebruik van nieuwe technologie. Vaak spelen ook heel andere factoren een grote rol.

Maar wat heeft dit allemaal te maken met de bovengenoemde sociale media. Heel veel zou ik denken.  Een wijze man heeft eens gezegd dat een periode van 20 jaar nog vaak veel te kort is om de invloed van een gebeurtenis/uitvinding op de loop van de geschiedenis  vast te stellen. Waar ik op heb willen wijzen is het algemene patroon dat ontstaat in dit soort discussies. Soms begint het met beweringen die te mooi zijn om waar te zijn.  Het is niet twitter of facebook geweest dat de Arabische revolutie heeft mogelijk gemaakt (deskundigen waarderen de rol die de sociale media hebben gespeeld in deze gebeurtenissen steeds verder af). Ook de permanente economische voorspoed die ons eind jaren negentig werd beloofd als gevolg van de opkomst van Internet en e-business is niet bewaarheid geworden. Van de andere zijde begint het met het rinkelen van een alarmbel om groot naderend onheil aan te kondigen. De facebook generatie zou geen tijd meer hebben voor andere dingen. Men staat onder stress om steeds maar weer up-to-date te blijven omtrent het nieuws over (en van) klas- en/of leeftijdgenoten die je nog geen kwartier geleden in levende lijve hebt gezien. Gestoord, dat zeker, en ook niet prettig gestoord. Het is echter de vraag of dit compulsieve gedrag bij deze tieners beklijft. Maar ontwricht dit nu de fundamenten van de samenleving? Voor de schoolprestaties van de kinderen is het waarschijnlijk niet zo goed, dat begrijp ik. Maar ik herinner mij nog wat mijn wiskunde leraar tegen mij zei toen mijn prestaties een dalende tendens gingen vertonen: “Kennelijk heb jij jouw aandacht verlegd van de algebra naar de Rolling Stones”. Hij had daarin 45 jaar geleden geen ongelijk.

Het feit dat in dit soort discussies de polarisatie hoog oploopt zegt meer over de discussianten dan over het onderwerp. Probleem is dat het inbrengen van deze observatie in de discussie de discussie ook niet verder helpt. Kritisch blijven volgen en verder maar gewoon afwachten, zou ik zeggen. In geval er werkelijk problemen rijzen is er nog tijd genoeg om er dan werk van te maken. Maar waar wij echt rekening mee moeten houden is de mogelijkheid dat wat wij vandaag waarnemen en voor belangrijk houden over een paar jaar gewoon een korte bevlieging blijkt te zijn. Dit geldt voor beide kanten in de discussie.

Rascar Capac

Gepost door: athahualpa | november 17, 2012

Geschiedenis van de mensenrechten in Latijns-Amerika II

Geachte lezer,

Ik wil het in dit derde bericht over Bartolomé De Las Casas hebben over de vraag hoe we hem nu precies moeten plaatsen. In de ogen van zijn tegenstanders uit die tijd was hij een demagoog, een fantast, en eigenlijk ook niet helemaal goed bij zijn hoofd. Ze verweten hem daarnaast ook nog slordig denken en dat hij  handelde uit louter effectbejag. Hij zou geen groot filosoof zijn en ook op het gebied van de theologie zou hij zich niet kunnen meten met de ware deskundigen. Die laatste tegenwerping is vreemd aangezien hij zich juist zo goed staande had gehouden in het dispuut van Valladolid.

Bartolomé De Las Casas was dan misschien niet echt een denker van groot formaat (het onderscheid tussen theorie en praktijk waaraan in die tijd grote waarde werd gehecht wist hij niet altijd even goed in het vizier te houden), hij was in ieder geval zeer welbespraakt. Dat verklaart dan misschien de verwijten over demagogie die zijn tegenstanders gebruikten, maar dat lijkt geen rechtvaardig oordeel. Hij was waarschijnlijk, zoals wij het nu zouden noemen, nogal direct. Hij sprak op een manier die men in zijn omgeving waarschijnlijk nog niet vaak had gehoord. Gepassioneerd. Meer als een advocaat dan een filosoof. Hij zocht zijn argumenten daar waar hij ze kon vinden. Hij ging nogal eclectisch te werk.  Rechtvaardigheid behoorde in ieder geval tot de leidende principes die zijn leven beheerste. Wanneer een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid gepaard gaat met de eerder genoemde welbespraaktheid is een (verondersteld) tekort aan diepgaande intellectuele kennis te compenseren.

Ik noemde al zijn spraakgebruik. Hij sprak over de rechten van de Indianen gelijk wij spreken over  mensenrechten. Alsof het gebruik van dit soort termen in die tijd gewoon was. Niets is echter minder waar. Zijn gebruik van deze termen en zijn idee van waar deze voor staan waren in die tijd ronduit revolutionair. Ik zou haast willen zeggen dat ze dat nog wel een dikke tweehonderd jaar zouden blijven. Centraal stond bij hem de gedachte van de mensheid als een ondeelbare eenheid. Alle mensen zijn gemaakt naar het evenbeeld van god. De mens is een rationeel wezen. Toen hij tijdens het dispuut van Valladolid van Sepulveda te horen kreeg dat Indianen eigenlijk niet meer dan beesten waren die als slaven behandeld mochten worden merkte hij in zijn verweer op dat Indianen onze broeders zijn, en dat Jezus Christus ook voor hen aan het kruis was gestorven.  Deze overtuiging omtrent de gelijkheid van mensen, gecombineerd met de universele grondslag (en werking) van de rechten van de mens plaatste  De Las Casas in een positie die pas veel later ook door filosofen van de Verlichting werd ingenomen (en lang niet iedereen onder hen). De Las Casas verbond de menselijkheid van de Indiaan met een vrijheidsbegrip. Ook dat was nieuw in die tijd. Waar tegenstanders van De Las Casas (zoals Sepulveda) er soms toe overgingen om de Indianen hun menselijkheid te betwisten, en daarmee alle aanspraken op vrijheid, waren er in die tijd ook velen die weliswaar erkenden dat de Indianen mensen waren, maar dan vooral een ander soort mensen. Ook voor deze laatsten was het feit dat een Indiaan zich tot het Christendom kon bekeren niet voldoende om hem als een volwaardig mens te zien.  Dit zelfde thema kwam later, tijdens de slavenhandel van Afrika naar de Nieuwe Wereld, ook weer steeds terug. Hoe kon men deze twee verschillende posities, de mens als slaaf en de mens als Christen met elkaar verenigen? Tot laat in de achttiende eeuw braken filosofen en theologen over dit soort vragen zich nog het hoofd. Om een ‘uitweg’ voor dit dilemma te vinden werden soms de meest vreemde interpretaties van teksten  uit de Bijbel gebezigd, die de minderwaardige positie van de slaaf (zwarte of indiaan, dat maakt niet uit) moesten ‘rechtvaardigen’. Nog later kwamen de zogenaamde ‘wetenschappelijke’ rassentheorieën op de proppen.

Het is zeker de verdienste van De Las Casas geweest dat hij al zo vroeg betoogde hoe futiel dergelijke redeneringen zijn. Het recht van de inheemse volken op een menswaardig bestaan werd door hem gezien  als een logisch gevolg van hun behoren tot de mensheid. Maar hoe zit het met de godsdienstvrijheid. Wanneer men  inheemse mensen ziet als mensen met onvervreemdbare rechten dan zou het voor de hand liggen dat men ze ook de vrijheid zou moeten verschaffen hun eigen godsdienst te belijden. Hun eigen rituelen uit te voeren? Elke vorm van dwang in gewetenszaken en dus ook in religieuze zaken zou moeten worden verworpen. Dat geldt dan toch ook voor de bekeringsdrift van de missionarissen? Ik durf te stellen dat  Bartolomé De Las Casas hierin een bijzonder vooruitstrevend standpunt innam. Hij wees dwang als middel tot bekering af. Alleen door overtuiging, rede en liefde konden de inheemse mensen nader tot Christus worden gebracht. Natuurlijk kon Bartolomé De Las Casas zijn eigen geloof niet verwerpen, dat geloof stond voor hem vast als het ware geloof. Anderen hadden het recht dit geloof te ontvangen. Hij keerde zich daarom niet tegen de bekeringsijver van de missionarissen maar wel tegen sommige van hun methoden. Hij kon zelfs begrip opbrengen voor sommige gebruiken van de inheemse Indianen, zoals de mensenoffers, zonder deze gebruiken op zich goed te praten. Het hoeft niet te verwonderen dat een dergelijk rudimentair cultuurrelativisme  in die tijd zeer zeldzaam was.

<< wordt vervolgd>>

 

Tinkunanchiskama,

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | oktober 21, 2012

Geschiedenis van de mensenrechten in Latijns-Amerika

Geachte lezer,

Ik wil graag nog eens terugkomen op de persoon van Bartolomé De Las Casas. Meer dan tijdens het schrijven van mijn vorige post over hem ben ik er van nu overtuigd dat hij een heel belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het gedachtegoed over “Mensenrechten” in de loop der eeuwen. Dit is vooral gekomen door het lezen van het artikel “From conquest to constitutions: retrieving a Latin American tradition of the idea of human rights” van  Paola G. Carozza.

Hoewel de moderne idee omtrent de Rechten van de Mens al een geschiedenis kent van duizenden jaren, stelt Carozza dat de belangrijkste aanzet tot de formulering van deze rechten is gegeven in de confrontatie tussen Spanje en de Nieuwe Wereld. Wanneer men dit moment zou willen terugbrengen tot het optreden van één enkele persoon (we weten natuurlijk allemaal wel dat we dit eigenlijk niet zouden mogen doen), dan zou dat Bartolomé De Las Casas zijn.  Aldus Carozza. Ik heb in mijn vorige stukje al geschreven dat De Las Casas aanvankelijk (in Cuba) ook slavenhouder was. De eersten die hun verontwaardiging uitspraken over de onmenselijkheden die de Spanjaarden begingen in de Nieuwe Wereld waren paters van de Orde der Dominicanen. Zij spaken zich als eersten uit tegen de ‘encomienda’, de regeling die het mogelijk maakte voor de Spanjaarden om aan grond te komen in de Nieuwe Wereld. Daartoe moesten de nieuwe eigenaren beloven dat zij de inheemse indianen tot het katholieke geloof zouden bekeren. In ruil daarvoor mochten zij de indianen voor hen laten werken. Al gauw werd bekeringsdrift ordinaire slavernij.

 Afbeelding uit “Brevisima relación de la destrucción de las Indias”. van Bartholomé De Las Casas

De Dominicanen probeerden Las Casas tot andere gedachten te brengen wat na verloop van tijd ook lukte. Het verhaal gaat dat Las Casas zat te lezen in het boek Sirach, ter voorbereiding van een preek die hij zou houden met Pinksteren, en zat te worstelen met de betekenis van de tekst. Kennelijk begon het tot hem door te dringen dat de handelwijze van de Spaanse kolonisten illegaal en onrechtvaardig was.   Hij liet zijn slaven vrij en wijdde zich aan de zaak van de rechtvaardige en humane behandeling van de indianen. Las Casas zou zich later ook bij de orde der Dominicanen aansluiten.  Dat is van belang gebleken omdat deze orde zich toelegt op studie en overdenking. Las Casas begon verhandelingen en getuigenissen te schrijven over de rechten van de indianen als medemens.

Brevísima relación de la destrucción de las Indias (1552), Bartolomé de las Casas.

Maar dat bevredigde toch niet helemaal en een meer activistische periode voor de goede zaak brak aan. Als benoemd ‘beschermer van de  indianen’ (een officiële vertegenwoordiger van de kroon) reisde hij door heel de Spaanstalige wereld op het westelijk halfrond. Maar ook in Spanje trad hij vaak op ter verdediging van de zaak van de indianen. Met name tegen het verschrikkelijke systeem van de ‘encomienda’. Niet zonder succes. In zijn “Historia de las Indias” had Las Casas verslag gedaan van de wreedheden die met dit systeem gepaard gingen. In 1542 vaardigde Karel de V  nieuwe wetten uit die het niet langer meer mogelijk zouden maken indianen als slaven te houden. De slavenhouders zouden hun encomienda verliezen. De uitvoering en handhaving van de nieuwe wetten was natuurlijk echter een heel ander verhaal.  In protest tegen de nieuwe wetgeving braken er rellen en opstanden uit in de Nieuwe Wereld. De onderkoning van Nieuw Spanje weigerde zelf zijn encomienda op te geven, dreigementen werden geuit aan het adres van  Bartolomé De Las Casas.

Cover van “Nueves Leyes” uit 1542

Niet lang daarna werd hij bisschop in Chiapas. Daar ontstond een controverse rondom zijn persoon omdat hij in een geschrift “Confessionario”, een soort handleiding voor biechtvaders, had geschreven dat elke boetedoening begint met het vrijlaten van de Indiaanse slaven. Dat wekte natuurlijk wrevel bij de meeste Spaanse gelovigen, waaronder natuurlijk een groot aantal slavenhouders. Temeer daar de vrijlating van de slaven gepaard diende te gaan met het opgeven van alle rijkdom die was verkregen door het werk dat was verricht door de slaven. Met deze uitspraken tastte hij de rechtmatigheid van het  Spaanse bestuur aan in het gehele gebied van de Nieuwe Wereld. Las Casas werd  beschuldigd van verraad. Karel V gebood hem terug te komen naar Spanje. Niet zozeer omdat hij hem wilde straffen, maar omdat hij wel eens wilde laten uitzoeken of de hele Spaanse onderneming in de Nieuwe Wereld inderdaad was gebaseerd op illegale gronden. Een groep van theologen moest zich maar eens over de kwestie buigen. Dit leidde tot het dispuut van Valladolid, waar Las Casas kwam te staan tegenover zijn intellectuele tegenstander de Sepulveda. Ik heb het daarover gehad in een vorig bericht. Las Casas zou de rest van zijn leven in Spanje blijven, waar hij bleef schrijven en preken met een vasthoudendheid die de profeet Jeremias niet zou hebben misstaan. Bartolomé De Las Casas heeft zich later ook verzet tegen de handel van slaven uit Afrika. Hij heeft echter niet kunnen voorkomen dat die juist een grote opgang zou doormaken. Bartolomé De Las Casas stierf in 1566.

Gepost door: athahualpa | oktober 6, 2012

Overdenkingen na een reis

Geachte lezer,

Het is al weer een tijd geleden dat ik mij tot u richtte. Ik ben namelijk op vakantie geweest in Marokko. Ik kan iedereen adviseren op vakantie te gaan naar Marokko. Marokko is nog niet zo heel erg toeristisch. Als Inca vorst was ik natuurlijk vooral benieuwd naar de oude koningssteden: Fès, Meknès, Marrakech en Rabat. Hoewel de situatie in het oude Marokko natuurlijk totaal verschillend was van die in het oude Incarijk, moet ik constateren dat de problemen van de dynastieën en de opvolgingskwesties mij erg bekend in de oren klonken. Vorsten die verscheidene huwelijken aangaan om bij evenzoveel volkeren of stammen in de gratie te komen, waar had ik dat toch eerder gehoord? Wanneer een vorst dan kwam te overlijden waren de poppen natuurlijk al snel aan het dansen. Uit de huwelijken waren een veelvoud aan kinderen geboren, en het was lang niet altijd duidelijk wie van die kinderen  de koning zou opvolgen.

Toen mijn vader Huayna stierf meende mijn halfbroer Huascar dat hij de grootste aanspraak kon maken. Zelf zag ik dat natuurlijk even anders. Dat heeft geleid tot een hevig conflict waarover ik al vaak verteld heb. In andere gevallen werd een rijk gewoon opgedeeld. Sommige grote vorsten hadden door dat er met de opvolging wel eens problemen konden ontstaan. Karel de Grote heeft nog tijdens zijn leven zijn drie zoons (in 781 waren het nog maar kinderen) verschillende delen van het rijk toegewezen. De drie kinderen gingen al in de toegewezen delen wonen en werden daar verder opgevoed. Karel Jr. kreeg grote delen van het huidige Frankrijk en Duitsland toegewezen. Carloman, beter bekend onder de naam Pepijn, ‘kreeg’ Italië en Beieren, en Lodewijk Zuidwest-Frankrijk, de Spaanse Mark en de Provence. De dochters van Karel de Grote mochten daarentegen niet trouwen. Natuurlijk hadden zij wel verkering en kregen ook kinderen, maar deze hadden geen enkel recht op welk gebied dan ook. Karel de Grote voorzag grote narigheid wanneer hij daarin soepelheid zou betrachten.

Nu wil het geval dat Karel de Grote zijn beide zoons Karel Jr. en Pepijn overleefde. Na zijn dood in 814 was er dus alleen maar Lodewijk over. Nu ik het toch over Karel de Grote heb, is het natuurlijk interessant op te merken dat in zijn tijd dit deel van Europa kennis maakte met de Islam (eerlijk gezegd tevoren al in Poitiers in 732 met Karel Martel). Maar in 777 verschenen de Moorse heersers van Barcelona, Zaragoza en Gerona bij Karel op zijn verblijf. Zij zochten steun tegen de emir van Córdoba. De veldtocht die Karel onderneemt is niet erg succesvol. Hij veroverde Pamplona maar niet Zaragoza. De bescheiden veroveringen in Spanje vormden het gebied dat de Spaanse Mark werd genoemd. Vervolgens moest hij terugtrekken waarbij zijn leger in de achterflank werd aangevallen bij Ronçevalles (Roland en het Roelantslied). In 812 sluit Karel een bestand met de emir van Córdoba.

Mezquita Moskee in Cordoba

Als je net terug bent uit Marokko spreken deze feiten meer tot de verbeelding. Ik was vorig jaar al in Spanje geweest, en heb daar vol bewondering staan kijken naar wat er is overgebleven van de Arabische cultuur. De Mezquita moskee in Córdoba bijvoorbeeld. Maar wat je in Spanje mist heb je in Marokko natuurlijk wel. Marokko is een echt Islamitisch land, en de moskeeën en madrassa’s staan er niet alleen erg mooi te wezen, ze worden dagelijks gebruikt. Ik zei al dat Marokko nog niet zo heel erg toeristisch is. Dat gaat wel snel veranderen, zo verzekerde mijn gids mij. Dus ik raad mensen aan die nog iets van een authentieke atmosfeer willen proeven, hun reis naar Marokko niet te lang uit te stellen.

Madrassa in Fès

Tinkunanchiskama,

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | augustus 28, 2012

Wetenschap

Wetenschap

Het verhaal over de neutrinos die sneller dan het licht zouden gaan is al weer lang van de voorpagina’s verdwenen.  Bij het narekenen  bleek dat er wat fouten waren gemaakt. Niet vreemd dat de wetenschap steeds kritischer tegen het licht wordt gehouden. Dit heeft niet alleen te maken met de gevallen van fraude die onlangs aan het licht zijn gekomen. Ik ga op deze fraudezaken hier niet  verder in, vooral omdat deze  vanuit een zuiver wetenschappelijke visie eigenlijk niet interessant zijn. Natuurlijk is het belangrijk dat men bij de wetenschapsbeoefening zich houdt aan de regels die gelden. Ook het verhaal van de dwang tot publiceren, en de verleidingen (incentives) om het met de regels niet zo nauw te nemen, zeggen meer over het klimaat dat is geschapen, dan over de wetenschap zelf. Neen, waar het mij hier om gaat is wetenschappelijke kennis zelf die wordt gewantrouwd.

Het gaat hier eigenlijk om meerdere vragen. Op de eerste plaats is er natuurlijk de vraag, of wat wordt gepresenteerd als wetenschappelijke kennis, ook een basis heeft in de werkelijkheid zoals die door  mensen wordt waargenomen en ervaren?  Het vraagstuk van de brug, zoals filosofen dat noemen. Dit voert echter te ver. Dit is geen filosofische verhandeling. De tweede vraag  heeft te maken met de  kloof tussen  wetenschap en  het gewone dagelijkse leven.  Maakt een dergelijke kloof het onmogelijk om de wetenschap nog te kunnen vertrouwen?  Ik denk van niet. De kennis die we opdoen in de ervaring met de ons omringende werkelijkheid noemen we de vóór-wetenschappelijke kennis, of ervaringskennis. Kennis  die is vergaard door  wetenschappelijk onderzoek met gebruikmaking  van  wetenschappelijke methodes noemen we  wetenschappelijke kennis.  Naarmate de wetenschap vordert  gaapt er een steeds diepere kloof tussen beide.  De wetten van Newton waren voor zijn tijdgenoten helemaal niet zo vanzelfsprekend. Sommige van zijn ideeën waren zelfs sterk contra-intuïtief.  Dingen in beweging bleven niet in beweging, die kwamen naar verloop van tijd tot stilstand. Dat kon iedereen zien. De inzichten uit de huidige fysica kunnen door de meeste mensen niet eens meer worden bevat. Toch hebben we er in het algemeen niet zo’n moeite mee om deze discrepantie te aanvaarden. Ik geloof dus niet dat de wetenschap om deze reden de laatste tijd onder vuur ligt.

Dat er in de wetenschap over onderwerpen tegenstrijdige meningen bestaan  is op zich onvoldoende reden voor wantrouwen.  Ik vind het leuk om in dit verband de economie te noemen. Het  is in beginsel niet zo erg wanneer economen uitleggen waarom zij, werkend met verschillende modellen, komen tot verschillende uitkomsten.  Maar het wordt verwarrend wanneer gezaghebbende economen elkaar blijven tegenspreken.  Wanneer dan ook nog blijkt  dat niemand de problemen waarin we nu terecht zijn gekomen heeft voorzien, voelt de argwanende toeschouwer nattigheid.  Over de grondslagen van de economische wetenschap hoort men  echter niet zo veel. Toch is het niet onbelangrijk om juist hier aandacht voor te vragen.  Eén misverstand is de aanname dat de economie een harde wetenschap zou zijn. De kern van deze misvatting is gelegen  in de kwantitatieve uitwerkingen en de mathematische modellen waarmee wordt gewerkt. Men doet alsof het natuurwetenschap is,  alsof de wetten van de economie universeel zijn.  Dat is dus niet waar. In de economische wetenschap bestaat er wel degelijk een alternatief voor het neoklassieke paradigma.

Waar volgens mij mede het probleem zit  is de pretentie waarmee wordt volgehouden dat het hier om harde wetenschap gaat. De uitgangspunten voor het economische handelen van  mensen, waar veel van de huidige  economische modellen van uitgaan, zijn  uiterst speculatief. Veel van die uitgangspunten worden in het huidige psychologische onderzoek niet meer  erg serieus genomen. Ik noem de theorie waarbij  wordt uitgegaan dat het gedrag van mensen wordt bepaald door het vooruitzicht op het grootst mogelijke profijt.  Of het geloof in de vrijheid van de mens  als het gaat om het maken van keuzes. Niet dat ik geloof in onvrijheid, maar het is ontegenzeggelijk waar dat een teveel aan keuzes de mens onzeker maakt. Überhaupt is het begrip vrijheid een problematisch begrip, maar ik had beloofd niet te filosofisch te worden. Belangrijker lijkt het mij dat de economen zich nu eens echt druk gaan maken om de complexiteit van de financiële markten.  Ik noem de economie hier als voorbeeld maar ik had ook andere wetenschappen kunnen noemen.

Wanneer we ons van de grondslagen van de wetenschapsbeoefening bewust blijven dan hoeven we niet in verwarring te komen. Ik vrees echter dat dit teveel is gevraagd. Ook de ontwikkelingen omtrent de berichtgeving over wetenschap in het huidige medialandschap zijn niet alleen maar positief.  In verband daarmee is het minstens even belangrijk aan te geven waarover men nu wel, en waarover men niet, tot verantwoorde uitspraken kan komen. De spreekwoordelijke slagen om de arm die niet meer in acht worden genomen. Het feit dat men het beperkte gebied waarbinnen men betrouwbare uitspraken kan doen verlaat, en zich te buiten gaat aan algemene uitspraken. Het is voor de gebruiker van de media belangrijk om hierop bedacht te blijven.

 

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | juli 29, 2012

Las Casas en Sepúlveda

Geachte lezer,

Ik wil het hebben over een geschil dat direct na de verovering van de Indiaanse rijken door de Conquistadores in Spanje werd gevoerd over de wijze waarop de Spanjaarden dienden om te gaan met de onderworpen indiaanse bevolking. Het bleef namelijk in Europa zeker niet onopgemerkt welk een tragedie zich afspeelde in Midden-  en Zuid-Amerika. Mede door de opkomst van de boekdrukkunst konden relatief veel mensen de verhalen lezen die  chroniqueurs in Amerika schreven over de indianen en hoe die behandeld werden.  Deze verhalen maakten dat de lezers zich oprecht beschaamd voelden of dat ze zich zorgen gingen maken om de reputatie van Spanje (Leyenda Negra).

Het dispuut van Valladolid

In 1550 vond in Valladolid een openbaar dispuut plaats rond de vraag of het geoorloofd was de oorspronkelijke bewoners ook tegen hun wil in te lijven in het Spaanse rijk (lees: ze als slaven te beschouwen). Tegenover elkaar stonden twee prominente theologen, Juan Ginés de Sepúlveda   en  Bartolomé de las Casas. Beiden waren priester en humanist. Voor humanisten vandaag de dag is het misschien ongemakkelijk te moeten erkennen dat iemand als Sepúlveda zo genoemd kan worden. Sepúlveda stond bekend als de officiële historicus van de Spaanse kroon. Hij heeft een vertaling van Aristoteles Ethica in het Spaans verzorgd. Zijn positie in het dispuut is dan ook gebaseerd op Aristotelische inzichten  ten aanzien van de slavernij. Sommige mensen zijn volgens Aritoteles van nature voorbestemd om slaaf te worden, anderen daarentegen om te heersen. Sepúlveda beschouwde de Indianen als wilden. Hadden zij zich immers niet schuldig gemaakt aan kannibalisme?  Wanneer je de gebruiken en de zeden van deze wilden zou kennen, dan zou je geen moment kunnen twijfelen aan het recht van de Spanjaarden om deze wilden (zo nodig met geweld) beschaving bij te brengen, en om over deze mensen te heersen. Dat is voor deze Indianen zelf ook het beste. Dit is de enige manier om  hen  tot het Christelijk geloof te bekeren.  Zo luidde kort samengevat het betoog van Sepúlveda.

Juan Ginés de Sepúlveda

Merk op dat het feit dat iemand Christen kon zijn en tegelijkertijd slaaf  helemaal niet tegenstrijdig was.  Dat was het al niet in de tijd van Paulus. Merkwaardiger is, zoals eerder opgemerkt, dat ook humanisten niet per definitie tegen de slavernij waren. Het heeft tot voorbij de Verlichting geduurd voordat het moderne mensbeeld incompatibel werd met het idee van de slavernij.

Ook voor  Bartolomé de las Casas was de bekering van de Indianen tot het Christendom geen punt van discussie. Echter, hij had in zijn eigen leven gezien hoe mensonwaardig de Indianen als slaven werden behandeld. Zelf had hij in Cuba ook nog slaven gehad, maar anders dan veel van zijn Spaanse collega slavenhouders behandelde hij zijn slaven goed. Toch werd voor hem geleidelijk duidelijk dat slavernij in zich zelf verwerpelijk was. Hij kwam tot de conclusie dat de wijze waarop de Spanjaarden de indiaanse bevolking behandelde illegaal was en een groot onrecht vormde.  Hij was getuige geweest van verschrikkelijke wreedheden, begaan door de Spanjaarden.  Na zijn ‘bekering’ probeerde hij de Spaanse kolonisten ter plaatse voor zijn opvattingen te winnen. Toen dat niet lukte besefte hij dat, wilde hij iets voor de indianen kunnen betekenen, hij terug naar Spanje moest gaan. Het zou een lang gevecht worden. Vele malen keerde hij terug naar de Nieuwe Wereld. Uiteindelijk kreeg hij het voor elkaar dat in 1550 tijdens het Dispuut van Valladolid  de indianen voortaan als mensen werden erkend.

Het hoeft niet te verbazen dat  Bartolomé de las Casas als strijder voor de mensenrechten van indianen in de Nieuwe Wereld veel erkenning kreeg. Maar in conservatieve Spaanse kringen wordt hij tot op de dag van vandaag nog met argwaan bekeken.  Hij wordt (en werd) in die kringen vooral gezien als de persoon die  de ‘leyenda negra’ in de wereld heeft gebracht. Deze leyenda negra  kan men beschouwen als een politiek gemotiveerd verhaal waarin de Spaanse heerschappij in een kwaad daglicht werd gezet. Hoewel het optreden van de Spanjaarden in de Nieuwe Wereld natuurlijk gepaard ging met wreedheden (zoals het ook in de Nederlanden was gegaan), is het de vraag of de Spanjaarden daarin exceptioneel waren.  Hoe dan ook, de vijanden van Spanje gebruikten dit verhaal natuurlijk met gretigheid. Ook tijdens  de opstand in de Nederlanden deed dit verhaal  de ronde.

Misschien dat we nu moeten zeggen dat er in Spanje in ieder geval nog een discussie plaatsvond over de rechten van de onderworpen indianen.  Waarschijnlijk voor het eerst in een groot koloniaal rijk. Aan die discussie zijn in ieder geval de namen verbonden van  Juan Ginés de Sepúlveda   en  Bartolomé de las Casas.

 

Tinkunanchiskama,

 

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | juni 16, 2012

Watergate na 40 jaar

Geachte lezers,

Veertig jaar geleden braken inbrekers in in het hoofdkwartier van de Democratische Partij van de Verenigde Staten. Daarmee begon de Watergate-affaire die een einde maakte aan het presidentschap van Richard Nixon. Of de president vooraf weet had van de plannen van de inbrekers is een vraag die waarschijnlijk ontkennend kan worden beantwoord. Het waren eerder de initiatieven van een clubje dat zich had gevormd om de herverkiezing van Nixon zeker te stellen. De Committee to Re-elect the President, ofwel CREEP.  Natuurlijk heeft elke zittende president in zijn eerste termijn een team dat zich toelegt op de campagne voor de herverkiezing. Dat het in Amerikaanse verkiezingscampagnes er vaak ruw aan toegaat is ook bekend. Maar het plegen van ernstige strafbare feiten? De vraag die zich dan al snel aandient is, of de politieke omstandigheden van dat moment het Republikeinse kamp noodzaakten tot het nemen van dergelijke maatregelen?  Het antwoord moet ontkennend zijn. Hoewel de inbraak zich voordeed op een tijdstip voordat  de Democratische Conventie nog een presidentskandidaat moest aanwijzen , was het toen al duidelijk dat George McGovern dit zou worden.

Laat ik voorop stellen dat ik in 1972 een aanhanger van McGovern was, en dat ik toen oprecht meende dat McGovern de verkiezingen had verloren, mede als gevolg van  de vuile trucs van Richard Nixon (Dirty tricks from tricky Dick). Achteraf lijkt dit allemaal erg onwaarschijnlijk. Natuurlijk had Nixon in eigen land te maken met een steeds grotere weerzin tegen de oorlog in Vietnam. Maar het frappante is nu juist dat Nixon helemaal niet sterk werd afgerekend op die oorlog. Bovendien wekte hij met zijn diplomatie (Kissinger) ook steeds de indruk dat hij uit was op een diplomatieke oplossing. Of, om in ieder geval de oorlog in handen te leggen daar waar hij volgens hem thuishoorde, bij het Vietnamese volk.  Achteraf is het hier toch de schijn die bedriegt, weliswaar nam het aantal Amerikaanse militairen in Vietnam tijdens zijn ambtsperiode af, maar tegelijkertijd breidde hij het oorlogsgebied uit naar Cambodja, en begon de hevigste bombardementencampagne die de mensheid tot dan toe heeft mogen aanschouwen. Maar, zoals gezegd, het ‘dossier Vietnam’ belastte de president in politiek opzicht in mindere mate dan vaak wordt gedacht.

Wat ik wil zeggen is dat de president deze vuile trucjes helemaal niet nodig had om de verkiezingen te kunnen winnen. Maar Richard Nixon was een paranoïde man. Hij dichtte zijn tegenstanders krachten toe die wij, de supporters van McGovern, alleen in onze stoutste dromen meenden te hebben. Zijn tegenstanders verklaarde hij de oorlog. Alles wat tot de “left” gerekend kon worden was onbetrouwbaar, en daar werd ook niet zelden de FBI of de geheime inlichtingen dienst op gezet.  Dus al heeft Nixon dan  niet zelf de inbrekers aangespoord, de mensen die dat wel deden, deden dat in de overtuiging dat dit in lijn was met de politieke opvattingen van de president (het verslaan van de vijand thuis). In de politieke logica van de geschiedenis is het niet zo zeer de inbraak zelf geweest die de president zijn ambt heeft gekost, maar de inspanningen om de ware toedracht in de doofpot te stoppen. In de film van Alan Pakula, “All the president’s men”, wordt dit op weergaloze wijze in beeld gebracht. In de politiek wordt er onderscheid gemaakt tussen zonden en doodzonden. Dat is begrijpelijk, maar ik denk dat het op deze dag  toch geen kwaad kan even stil te staan bij de vraag, hoe het überhaupt zo ver kon komen. Politieke paranoia is volgens mij het antwoord.

Richard Milhous Nixon

Tinkunanchiskama,

Inca Athahualpa

Gepost door: athahualpa | mei 20, 2012

Juiste koers?

Beste lezer,

Vorige keer heb ik u verteld over de oplichtingpraktijken van mensen die zich uitgeven als curatoren van het vermogen van mensen die door een tragisch ongeval om het leven zijn gekomen. Alleen hebben die verongelukte mensen nooit bestaan en is er dus ook geen sprake van nagelaten vermogens. Andere lieden, actief met het versturen van spam, bieden u werk aan.  Vaak gaat het om thuiswerk. Maar blijf u op uw hoede. Vaak moet u eerst iets overmaken op de rekening van de aanbieder. Vervolgens krijgt u … helemaal niks.

Maar over dit soort dingen wil ik het nu niet verder hebben. Het wordt zomer, maar het weer werkt nog niet erg mee. Toch zijn de cruisevakanties al weer volop bezig. Op dit moment liggen twee van de grootste passagiersschepen hier bij de Passagiers Terminal Amsterdam. Ook het zusterschip van de verongelukte Concordia lag hier van de week weer aan de wal. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik dit jaar toch op een andere manier naar deze zeereuzen kijk. Honderd jaar geleden was het menselijke overmoed en onvoorzichtigheid die de Titanic fataal werd, in januari waren het dezelfde elementen die de Concordia aan de grond deden lopen. Gelukkig met minder aantal doden,  maar toch?

Ook vraag ik mij af bij het zien van deze schepen of het aantal reddingssloepen toereikend is voor de passagiers en de bemanning aan boord. Bij elkaar hebben we het dan over 2500-4000 mensen per schip. Maar de laatste jaren hebben ook geleerd dat je helemaal niet hoeft uit te gaan van het worst case scenario (kapseizen, zinken) om je behoorlijke ellende aan boord te kunnen voorstellen. Het defect raken van de generatoren kan er toe leiden dat alle faciliteiten aan boord stoppen met functioneren. Na 24 uur wordt het klimaat op het schip al behoorlijk ondraaglijk, zeker wanneer de schepen zich bevinden in tropische, of subtropische wateren.

Omdat ik mij niet had voorgenomen een cruisevakantie te boeken, kan ik ook niet zeggen of de prijzen na de gebeurtenissen in januari behoorlijk naar beneden zijn bijgesteld.  Wat we de laatste tijd wel horen is dat de gehele toeristenindustrie dit jaar klappen gaat krijgen van de algemene economische malaise, en van de eurocrisis in het bijzonder. Normaal laat ik dit terrein graag over aan de eerbiedwaardige Inca, maar het valt mij op dat de eurocrisis de sfeer overal steeds meer gaat bederven. Wanneer zoveel mensen zoveel verschillende dingen zeggen kan het haast niet anders dan dat het fenomeen  niet goed wordt begrepen.  Stimuleren, dan wel bezuinigen, of beide? Dat politici die de hete adem van de kiezers in hun nek voelen het dan even niet weten, soit, dat begrijp ik, maar al die geleerden die ’s avonds op de TV vertellen wat er volgens hun zou moeten gebeuren, maar er intussen gezamenlijk niet uitkomen? Of men heeft tegengestelde belangen, of men doorgrondt de materie niet geheel (ik zeg niet, in het geheel niet). Het eerste speelt altijd wel een rol, maar ik geloof langzamerhand toch eerder in de tweede verklaring.

Groeten van,

Rascar Capac

Older Posts »

Categorieën