Gepost door: athahualpa | december 30, 2012

Slow tech of toch maar niet

Er is de laatste tijd nogal wat te doen rond de sociale media en de mogelijkheid dat men daaraan verslaafd kan raken, met alle gevolgen van dien. Zoals dat gebruikelijk is staan voor- en tegenstanders met verhitte hoofden tegenover elkaar. Technofoben (zij die de moderne technische ontwikkelingen met de grootst mogelijke argwaan bekijken) en technofielen (mensen die juist allerlei heil verwachten van nieuwe technologie). Ik ben er zeker van dat geen van beide zich kan vinden in de korte omschrijving die ik van hun positie geef, maar ik heb geen tijd om hier langer bij stil te staan (volgens de eerste groep nu juist precies een aspect van het grotere probleem, het geen tijd meer vinden voor het intensief bestuderen van een maatschappelijk vraagstuk). Technofoben maken vaak de fout grote maatschappelijke consequenties te verbinden aan technologie waarvan zij niets begrijpen, en technofielen zien in elke verandering een vernieuwing die de wereld onherkenbaar zal veranderen, waarmee zij blijk geven niet veel van de wereld te begrijpen.

Wat beide bindt is dat zij onvoldoende afstand nemen van hun preoccupatie. Mensen uit beide kampen redeneren met een strenge logica vanuit hun respectievelijke uitgangspunten naar hun respectievelijke conclusies. Hoe strikter de logica des te meer overtuigd zij zijn van zowel hun conclusies  als hun uitgangspunten. Dat laatste (van de uitgangspunten) is dan weer niet helemaal logisch, maar komt in het dagelijks leven toch heel vaak voor.  Men wordt in het algemeen gesterkt in zijn standpunten wanneer er aantrekkelijke gevolgtrekkingen aan te verbinden zijn.  Beide posities worden gekenmerkt door een wereldbeeld dat men er op nahoudt. Zo is de technofoob een onverbeterlijke cultuurpessimist en de technofiel een blinde utopist. Aan beide predisposities zijn de mensen die er last van hebben meestal verslaafd.

De technofoob kan men met recht voorhouden dat hij al sinds mensenheugenis rampzalige gevolgen profeteert van technische uitvindingen, en dat die vrijwel nooit zijn uitgekomen. De mensen die terecht hebben gewaarschuwd voor de nadelige gevolgen van de toepassing van bepaalde technologie waren meestal tot over hun oren betrokken bij de ontwikkeling van die technologie. Het heeft dus wel zin naar die klokkenluiders te luisteren. De technofiel daarentegen, ik moet hier nu toch onderscheid maken tussen de technicus/technoloog en de technogelovige, gelooft ook meer dan dat hij weet. Hij profeteert er eveneens wat op los. Hij ziet een toekomst waarbij de technologie mensen in staat stelt dingen te doen die zij helemaal niet kunnen.  Natuurlijk, techniek maakt het mogelijk om je met grote snelheid voort te bewegen. Zo zijn er nog wat dingen die techniek vermag. Maar techniek stelt mensen niet in staat op twee plaatsen tegelijk te zijn, of om meerdere dingen tegelijk te doen. Dat laatste wordt anders wel door veel mensen geloofd, men heeft het over multitasken alsof het de gewoonste zaak van de wereld zou zijn.  Iedere cognitieve psycholoog zou je zo kunnen uitleggen dat dit gewoon onzin is (probleem is wel dat de psychologie na Diederik Stapel, geen cognitief psycholoog overigens, niet meer zo wordt geloofd).

Ik maakte hier het onderscheid tussen de technicus/technoloog en de technogelovige omdat eerstgenoemde weet dat ook één enkele processor niet kan multitasken. Wat multitasken wordt genoemd is gewoon het verdelen van de tijd (en geheugen) over een groot aantal segmenten. Dan lijkt het alsof het tegelijkertijd gaat. Computers kunnen dat natuurlijk heel snel.  Mensen niet. Voor echt multitasken moet je meerdere processors parallel laten werken. Moderne CPU’s bestaan meestal wel uit meerdere eenheden. Nu wil ik niet beweren dat het menselijke informatieverwerkende systeem precies hetzelfde werkt als een computer, maar de strategie en de benutting van de verschillende bronnen vertonen wel overeenkomsten. De verschillen blijven daarentegen groter.  Maar het grootste verwijt dat men de technofiel kan maken is dat hij van menselijk gedrag niet veel begrijpt. Dat is ook een complexe weerbarstige materie en daarom is het verstandig om terughoudend te zijn met voorspellingen over menselijk gebruik van nieuwe technologie. Vaak spelen ook heel andere factoren een grote rol.

Maar wat heeft dit allemaal te maken met de bovengenoemde sociale media. Heel veel zou ik denken.  Een wijze man heeft eens gezegd dat een periode van 20 jaar nog vaak veel te kort is om de invloed van een gebeurtenis/uitvinding op de loop van de geschiedenis  vast te stellen. Waar ik op heb willen wijzen is het algemene patroon dat ontstaat in dit soort discussies. Soms begint het met beweringen die te mooi zijn om waar te zijn.  Het is niet twitter of facebook geweest dat de Arabische revolutie heeft mogelijk gemaakt (deskundigen waarderen de rol die de sociale media hebben gespeeld in deze gebeurtenissen steeds verder af). Ook de permanente economische voorspoed die ons eind jaren negentig werd beloofd als gevolg van de opkomst van Internet en e-business is niet bewaarheid geworden. Van de andere zijde begint het met het rinkelen van een alarmbel om groot naderend onheil aan te kondigen. De facebook generatie zou geen tijd meer hebben voor andere dingen. Men staat onder stress om steeds maar weer up-to-date te blijven omtrent het nieuws over (en van) klas- en/of leeftijdgenoten die je nog geen kwartier geleden in levende lijve hebt gezien. Gestoord, dat zeker, en ook niet prettig gestoord. Het is echter de vraag of dit compulsieve gedrag bij deze tieners beklijft. Maar ontwricht dit nu de fundamenten van de samenleving? Voor de schoolprestaties van de kinderen is het waarschijnlijk niet zo goed, dat begrijp ik. Maar ik herinner mij nog wat mijn wiskunde leraar tegen mij zei toen mijn prestaties een dalende tendens gingen vertonen: “Kennelijk heb jij jouw aandacht verlegd van de algebra naar de Rolling Stones”. Hij had daarin 45 jaar geleden geen ongelijk.

Het feit dat in dit soort discussies de polarisatie hoog oploopt zegt meer over de discussianten dan over het onderwerp. Probleem is dat het inbrengen van deze observatie in de discussie de discussie ook niet verder helpt. Kritisch blijven volgen en verder maar gewoon afwachten, zou ik zeggen. In geval er werkelijk problemen rijzen is er nog tijd genoeg om er dan werk van te maken. Maar waar wij echt rekening mee moeten houden is de mogelijkheid dat wat wij vandaag waarnemen en voor belangrijk houden over een paar jaar gewoon een korte bevlieging blijkt te zijn. Dit geldt voor beide kanten in de discussie.

Rascar Capac

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: