Beste lezer,
In deze maand waarin we de ontdekking van Machu Picchu herdenken (100 jaar geleden door Hiram Bingham) wil ik het graag met jullie hebben over de stamboom van Inca-vorsten. Om maar meteen met de deur in huis te vallen, Atahualpa behoort niet tot de officiële lijst van Inca-vorsten. Dit eenvoudig omdat hij nooit tot vorst is gekroond. Om je Incakoning te kunnen noemen moet je zijn gekroond door de hoogste priester. Dat is bij Atahualpa dus niet gebeurd. Aan het eind wordt duidelijk hoe dat precies zit. Geleerden zijn het erover eens dat er waarschijnlijk twee geslachten van Inca-heersers hebben bestaan. De Hanan-familie werd gevormd door de afstammelingen van de eerste Incakoning, de Hurin-familie door de afstammelingen van de eerste Incakoningin.
De namen van de officiële Incavorsten werden bijgezet in de eregalerij van vorsten, de Capac Cuna. Dit administratieve werk werd verricht door dezelfde hoge priester in ambt, die ook verantwoordelijk was voor de kroning van de Incavorst. De legende wil dat de eerste Incakoning Manca Capac, samen met zijn vrouw Ocllo, uit het Titicacameer kwam om het Incarijk te stichten. Het is omstreeks 1200, en het enige dat we met zekerheid kunnen zeggen is dat we ons van dit Incarijk nog niet veel moeten voorstellen. Het ging om een stam in het zuiden van het land, die in de rest van het land nog volstrekt onbekend was.
Sinchi Roca is een Hurin, dus afstammeling van de koningin (Occlo). Sinchi Roca introduceerde tijdens zijn bewind nieuwe landbouwtechnieken. De derde vorst is Lloque Yupanqui. In deze tijd, het is rond 1270, is het onrustig in het koninkrijk. Toch moet hem worden nagegeven dat hij er wonderwel in slaagde het rijk bijeen te houden (begrijp mij goed, we hebben het nog steeds over een klein koninkrijk). De vierde koning is Mayta Capac, hij was de eerste vorst die zich op de oorlogsvoering met de buren toelegde. Daarmee begonnen de eerste Inca-oorlogen. Hij regeerde rond 1300. Hier moet meteen iets worden opgemerkt. De regeerperiode van de eerste koningen in de Capac Cuna beslaat steeds een periode van ongeveer 30 jaar. Niet alleen is dat erg constant, maar ook vrij lang. Er zijn twee mogelijke verklaringen. Of er zijn namen uit de Capac Cuna gewist, of er zijn andere heersers geweest die nooit in de Capac Cuna zijn opgenomen.
We gaan verder met Capac Yupanqui. Hij is de laatste uit de Hurin-familie. Ook hij was een strijdvaardig man en wist het koninkrijk uit te breiden door verovering van grondgebied buiten de directe omgeving van Cuzco. De zesde koning is Inca Roca, de eerste Hanan. Om een of andere reden vond hij het verstandig leden uit de Hanan-familie op allerlei plaatsen in het bestuur te zetten. Ook deelde hij de stad Cuzco op in een Hanan en een Hurin deel. Over Yahuar Huaca (1378-1408), nog steeds een periode van 30 jaar, valt niet zoveel te zeggen. De achtste koning was Viracocha. Hij probeerde zijn rijk uit te breiden door overreding van andere culturen om zich bij het Incarijk aan te sluiten. Dit klinkt heel aangenaam, maar was waarschijnlijk niet zo effectief. Wel vloeide er aanzienlijk minder bloed. Pachacutec Inca Yupanqui (1438-1471), de negende in de rij, moest hier echter niet veel van hebben. Hij was de grootste vechtersbaas van allemaal, en hij startte de grote veroveringsoorlogen. Onder zijn koningschap begon de echte Incaheerschappij. Een schepper van een wereldrijk mogen we hem wel noemen. Hij stampte een beroepsleger uit de grond waarmee hij zijn vijanden tegemoet trad. Ik zou hem de eerste van de drie grote Incavorsten willen noemen. We schrijven inmiddels 1470 wanneer zijn zoon, Tupac Inca Yupanqui, hem opvolgt. Ongeveer uit hetzelfde hout gesneden als zijn vader ging hij verder met de uitbreiding van het Incarijk. De vervolmaking van dit werk liet hij over aan zijn zoon Huayna Capac. Onder Huayna (1493-1527), de laatste van de grote Incavorsten, en nummer 11 in de Capac Cuna, nam het rijk zijn maximale omvang aan. Zijn toekomstige opvolger Ninan Cuyochi verbleef met hem in het Noorden, terwijl de tweede zoon Huáscar, in Cuzco verbleef. Inmiddels waren de Spanjaarden al ten tonele verschenen, en met hen de pokken, een dodelijke ziekte. Huayna bezweek hieraan en hetzelfde lot trof Ninan.
Huáscar werd tot 12e koning gekroond. Er breekt een burgeroorlog uit. Huáscar wordt in 1532 door zijn broer Atahualpa gedood. Atahualpa neemt de leiding over maar hij wordt niet gekroond. Zijn naam komt niet voor in de Capac Cuna. Of het de moord is geweest, of de instabiliteit in het land, we weten niet waarom de kroningsplechtigheid geen doorgang vond. In 1533 wordt Atahualpa door de Spanjaarden vermoord. De Inca-koningen die daarna nog hebben opgetreden waren, óf marionetten van de Spanjaarden, óf rebellenkoningen (Tupac Amaru). Hun namen komen niet voor in de Capac Cuna
Ik groet u,
Rascar Capac