Geachte lezer,
Deze maand was het veertig jaar geleden dat de eerste mens voet op de maan zette. Het zal u nauwelijks zijn ontgaan omdat de media zeer ruim aandacht hebben besteed aan deze gebeurtenis. Het was natuurlijk wel aardig om die beelden weer te zien. Persoonlijk vond ik de beelden vanuit het vluchtleidingscentrum in Houston nog het leukste. De apparatuur die daar stond, ik kom daar dadelijk op terug, de mensen, en vooral de spanning op al die gezichten. Het zal natuurlijk ook vanwege diezelfde spanning zijn dat ik voornamelijk mensen zag met een sigaret in hun handen of een joekel van een sigaar in het hoofd. Toen was roken kennelijk nog heel gewoon. Niemand die er aanstoot aan nam. Maar ik wilde het eigenlijk hebben over de apparatuur. De weinig robuuste maanlander zelf, maar ook de vreselijk robuust uitziende computerkasten en beeldschermen.
De conventionele wijsheid leert dat iedere burger die nu beschikt over een desktop meer computervermogen in huis heeft dan destijds nodig was voor de hele maanreis van de Apollo 11. Nu heb ik geleerd conventionele wijsheid altijd een beetje te wantrouwen. Maar laten we eens gaan rekenen. Het is een feit dat in de periode tussen de jaren zestig van de vorige eeuw, en zeg 2005, de capaciteit van de processoren elke 18 maanden verdubbelde. Na 2005 is die groei enigszins afgevlakt tot een verdubbeling in twee jaar. U begrijpt al wat ik ga doen. Stel de rekenkracht in juli 1969 gelijk aan 1. Dan is volgens de bovenstaande groeifunctie de rekenkracht in juli 2009 gelijk aan 67.108.864, ofwel zevenenzestigmiljoen honderdachtduizend achthonderdvierenzestig. Als we deze cijfers bekijken lijkt er wel een kern van waarheid te zitten in de bewering. Wat men er echter vergeet bij te vertellen is het feit dat onze desktops zijn gevuld met een enorme hoeveelheid ballast die voorkomt dat we ooit vanuit onze werkkamer een reis naar de maan kunnen maken. Die ballast bestaat uit de steeds zwaardere besturingssystemen voor onze computers (Windows Vista), de beveiligingssoftware, en alle gadgets en parafernalia waaraan wij zo gehecht zijn geraakt. Die maken dat we vaak het idee krijgen dat onze computers niet vooruit zijn te branden.
Maar er is meer dat ons er van weerhoudt om onze computers te gebruiken voor iets als een reis naar de maan. De reis duurde in 1969 in totaal acht dagen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik mijn computer acht dagen aan één stuk gebruik is die minstens vijf keer volledig vastgelopen, tien keer heeft het programma dat ik gebruik er de brui aan gegeven, en minimaal twintig keer verschijnen er mededelingen op het scherm die de vluchtleiding in schrik naar de zoveelste sigaret en sigaar zouden hebben doen grijpen. Kortom, voor ons dagelijkse werk voldoet de computer soms net, maar voor een maanreis zou ik toch niet willen blindvaren op de capaciteiten van dit apparaat. Neen, als ik met dit apparaat een reis wil maken naar de Mare Tranquillitatis dan ben ik toch hoofdzakelijk aangewezen op Google Moon. Niet onaardig, zeker niet, maar om daarover nou op te scheppen?

Asniq Kama (tot ziens)
Rascar Capac









