Gepost door: athahualpa | mei 23, 2009

Een nieuw begin?

Geachte lezer,

 

Uiteraard zie ik mij genoodzaakt te reageren op de inbraak op mijn weblog. Laat ik vooropstellen dat ik eigenlijk wel blij ben dat mijn halfbroer zich heeft gemeld.  Ik heb hem de afgelopen eeuwen niet meer gezien of gesproken, en ik wist helemaal niet dat hij nog onder ons was. Daarom ben ik niet kwaad. Bovendien, wanneer het mij is toegestaan om mij tot u te richten, waarom zou dat dan niet voor Huascar gelden?  Natuurlijk, het was wel netter geweest wanneer hij een eigen weblog zou gebruiken, maar daar schijnt hij dus niet voor te voelen. Overigens heeft Rascar het “gat” gedicht en zal Huascar niet meer ongevraagd “binnen kunnen komen”.  Huascar heeft wel gelijk wanneer hij zegt dat ik totaal geen verstand heb van computers. Ik sluit overigens niet uit dat ik Huascar nog eens een keer uitnodig om zijn zegje te doen op deze weblog. Niet dat hij dat met zijn gedrag nu direct heeft verdiend, maar ik heb anderzijds wel het gevoel dat ik mijn halfbroer niet geheel kan negeren. Misschien wijst hij een uitnodiging van mij meteen van de hand. In dat geval is het niet anders.

 

Huascar had ook gelijk met zijn opmerking dat het niet de pest was die heerste in het noorden van Peru, maar de pokken. Rascar maakte mij direct na het schrijven van mijn vorige post hierop attent. Het verhaal van de burgeroorlog heb ik nooit ontkend. Natuurlijk waren er steden die de heerschappij van Huascar aanvaardden (Tumbez behoorde daar ook bij), en steden die mijn kant kozen.  Dat is in iedere burgeroorlog zo. Dat mijn generaals een terreurbewind hebben gevoerd wijs ik echter af. Het ging er zeker niet zachtzinnig aan toe, dat klopt, maar dat gold voor beide zijden. De stad Tumbez is door mijn leger veroverd en daarbij zijn zeker veel slachtoffers gevallen, maar mijn manschappen hebben de stad niet verwoest. Toch heeft deze burgeroorlog inderdaad veel kapotgemaakt. Ik moet toegeven dat ik indertijd ook volkomen vervreemd raakte van Rascar die, zoals jullie nu weten, in Tumbez woonde met zijn familie. Hij heeft mij altijd gewaarschuwd voor de broederstrijd, maar ik heb niet naar hem geluisterd. Toen ik die strijd toch aanging verloor ik een goede vriend.

 

Het is daarom dat ik mij eigenlijk het meest erger aan de opmerkingen van Huascar over Rascar. Huascar moest eens weten hoe vaak Rascar mij heeft gevraagd het bij te leggen met mijn halfbroer. Sterker nog, hij heeft willen bemiddelen tussen mij en Huascar. Nu geloof ik niet dat Huascar daartoe bereid was, gezien het feit dat hij Rascar niet kon uitstaan. Ik heb de bemiddeling van Rascar echter hooghartig van de hand gewezen. Daarom doet het nu pijn te horen hoe Huascar te keer gaat tegen Rascar. Maar nog erger is de bewering dat Rascar gemene zaak heeft gemaakt met de opstandelingen in Ecuador tegen mijn vader. Huascar vertelde vijfhonderd jaar geleden dit verhaal ook al aan eenieder die het maar wilde horen. Ik kan mij nog herinneren hoe mijn vader Huayna mijn halfbroer uitdaagde zijn beschuldigingen hard te maken. Huascar heeft dit verhaal nooit kunnen staven. Ik zal een volgende keer nader ingaan op de strijd van mijn vader tegen de opstandelingen in Ecuador. Toch wil ik Huascar, ondanks alles, mijn respect betuigen. Ik heb na 500 jaar een familielid teruggevonden.      

 

Tinkunanchiskama

 

Inca Athahualpa


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën