Beste lezer,
U kent mij nog niet, laat ik mij daarom even voorstellen. Mijn naam is Huascar, zoon van Huayna Capac , en halfbroer van Atahualpa, die zich nu plotseling Athahualpa meent te moeten noemen. Hoe dat ook zij, ik vind dat het wel eens tijd wordt dat u een minder gekleurd verhaal krijgt te horen over mij, en over de verschrikkelijke broedertwist die het grote Incarijk noodlottig is geworden. Want laat daarover geen twijfel bestaan. Toen mijn vader Huayna overleed aan de pokken was het rijk nog sterk. De ruzie tussen mij en Atahualpa heeft het rijk natuurlijk intern verzwakt. Toen Francisco Pizarro voor het eerst voet aan land zette in Peru, in de plaats Tumbez, zag hij daar een welvarende stad. Maar het is de burgeroorlog die de stad heeft verwoest, en niet de zwarte dood (Ik neem aan dat mijn halfbroer ook weet dat het de pokken was die ons land teisterde, en niet de pest). Maar voordat de pokken inderdaad een groot aantal slachtoffers maakte in Tumbez waren het de generaals van Atahualpa die de stad hebben verwoest. Alleen omdat de stad trouw was aan de enige echte legitieme erfgenaam van Huayna, te weten Huascar, mijn persoon dus.
Dit is een afbeelding van mijzelf
Ik zou er waarschijnlijk niet over zijn begonnen ware het niet dat A. in zijn laatste blog, in een sentimentele passage met Rascar Capac, doet alsof hij niets met de ellende in Tumbez te maken heeft gehad. Nog is het verhaal van het leed in de noordwestelijke provincies van Peru bij velen onbekend. Ik zal jullie vertellen dat de overlevenden van de slachtpartijen, die zijn aangericht door A. en zijn generaals, mij hebben toevertrouwd dat zij nog liever met de Spanjaarden te maken hadden dan met die houwdegens van A. Het treurige is natuurlijk dat deze slachtpartijen de Spanjaarden alleen maar hebben geholpen bij het uitvoeren van hun snode plannen. Francisco Pizarro hoefde bij zijn keizer, Karel V, helemaal niet te bedelen om meer middelen om de verovering van Peru uit te kunnen voeren. “Laat die idioten zelf maar het vuile werk doen” moet hij ongetwijfeld gedacht hebben. Maar laat ik jullie vertellen dat ik dit zelfde tegen mijn halfbroer heb gezegd. Maar deze, halfdronken als hij was van het vele bloed dat hij had vergoten, had hier geen oren meer naar. Hij zag dat ik aan de verliezende hand was (wat eerlijkheidshalve ook zo was) en schonk daarom geen aandacht aan mijn woorden.
Ik wil ook nog even iets zeggen over Rascar Capac. Mijn halfbroer vertelde jullie een poos geleden dat Rascar en ik niet goed met elkaar overweg konden. Dat klopt. Ik heb die bedrieger nooit vertrouwd. Indertijd kon ik het niet bewijzen, maar nu heb ik enkele ooggetuigen gesproken die hebben gezien hoe Rascar gemene zaak heeft gemaakt met de opstandelingen in Ecuador in de strijd met Huayna Capac, mijn vader. Daar komt nog iets bij, zijn naam. Dat hij geen echte Capac is zal hij zelf ook nog wel willen toegeven, maar over zijn echte naam is hij altijd zeer geheimzinnig geweest. Ik heb hem altijd gezien als een vijandelijke indringer, en nogmaals, ik hoop de bewijzen spoedig te kunnen overleggen. Wat mijn halfbroer A. betreft, laat die maar doorzeuren. Ik ben al lang blij dat ik in staat ben geweest in te breken op zijn blog. Hij weet zelf ook helemaal ‘nada’ van informatietechnologie, dus dat was een fluitje van een cent. Nu vraagt u zich waarschijnlijk af waarom ik zelf geen blog begin? Nou, dat is mij gewoon te veel moeite. En zeg nou zelf, waar zou je het voor doen? Voor die anderhalve man en een paardenkop die die stukjes lezen? Kom aan, ik heb belangrijkere zaken te doen.
Huascar Inca









