Geachte lezer,
Ik had beloofd om u verder op de hoogte te houden van de plannen van Rascar Capac, en vooral zijn beweegredenen. Helaas kan ik u daarover verder nog niet veel vertellen, eenvoudig omdat ik zelf de afgelopen tijd ook niets wijzer ben geworden. Maar ik wil u wel vertellen van een voorval in het verleden waarin Rascar een rol speelde. Mijn vader Huayna, op de thuisreis na een geslaagde militaire expeditie in de buurt van Quito, zag langs de weg een nogal haveloze man staan. De man was duidelijk te oud om te behoren tot het gilde van de Chasqui, de boodschappers in het enorme rijk. Anderzijds zal men in het oude rijk niet snel een eenzaam individu langs de weg zien staan wanneer het niet een boodschapper betrof. Mijn vader stopte dan ook en vroeg de man naar zijn naam. De man zei dat hij een boodschapper was van Viracocha en dat hij daarom het recht had zijn identiteit geheim te houden, zelfs tegenover de Sapa Inca.
Mijn vader was vanwege het succes van de militaire operatie in een goed humeur en liet deze, niet geringe, belediging over zijn kant gaan. Hij vermoedde dan wel dat de persoon die tegenover hem stond waarschijnlijk niet was die hij voorgaf te zijn, maar dat hij van belangrijke komaf was, was aan zijn gezicht toch wel af te lezen. De vreemdeling vertelde mijn vader in precieze details hoe de vijand was verslagen, maar ook waar, en wanneer, de volgende slag zou plaatsvinden. Het was in het jaar 1524. Hij vertelde tevens dat mijn vader niet lang meer te leven had, en dat het rijk door een broedertwist uit elkaar zou vallen. Het goede humeur van mijn vader kon kennelijk ook deze onheilstijdingen verdragen want hij bood de vreemdeling aan mee te gaan naar zijn paleis in Cuzco. Ik weet nog goed dat ik vrijwel meteen sympathie voelde voor de vreemdeling die met mijn vader was meegekomen. Mijn broer Huascar daarentegen kon hem niet zien of luchten. Huascar begreep helemaal niet waarom vader deze man had vereerd met een uitnodiging. In zijn ogen was hij een zwerver, een charlatan en een valse profeet.
Op een avond zat ik met de vreemdeling aan de oever van de Urubamba in Ollantaytambo toen hij mij plotseling waarschuwde voor een man die ik in de toekomst zou tegenkomen. Ik vroeg hem onmiddellijk of hij daarmee soms mijn broer Huascar bedoelde. Hij glimlachte, en zei dat er in de Urubamba gevaarlijkere dieren zwemmen dan de piranha’s. Ik begreep waarachtig niet wat hij bedoelde. Op de eerste plaats komen er in de bovenloop van de Urubamba helemaal geen piranha’s voor. Verder was het uitgesloten dat mijn vader zou toestaan dat vijanden het rijk zouden veroveren. Maar hij wilde er verder niet meer over zeggen. We keuvelden nog een poosje verder en ik had plotseling de moed vergaard om naar zijn naam te vragen. Toen vertelde hij mij dat hij door zijn vrienden Rascar genoemd werd. Ik zou alleen die naam nooit mogen noemen in het bijzijn van anderen. Nog diezelfde nacht verdween de vreemdeling. Ik zou hem pas enkele jaren later terugzien bij het ziekbed van mijn vader. Alleen zag hij er toen heel anders uit. Veel voornamer vooral.
Maar ik loop op de zaken vooruit. De volgende dag vroeg mijn vader waarover de vreemdeling en ik de avond tevoren hadden gesproken. Ik zei dat we een aardig gesprek hadden gehad, maar dat de vreemdeling mij niet had gezegd waar hij naar toe zou gaan. Wijselijk hield ik mijn mond over de voorspelling die Rascar had gedaan. Mijn vader vertelde dat hij die nacht had gedroomd dat de Urubamba buiten haar oevers was getreden en dat het hele rijk was ondergelopen. Hij had in zijn droom de vreemdeling gezien in de woeste golven van de rivier. Het leek alsof de vreemdeling werd meegesleurd door een grote gevederde slang. Toen hij wakker werd was er een vreselijk onweer losgebarsten. Kennelijk had ik erg vast geslapen, want van dat onweer had ik niks gemerkt. De dagen die volgden eiste het werk al onze aandacht op, en mijn vader en ik dachten niet langer meer na over de woorden van de vreemdeling. Het was mijn eerste ontmoeting met Rascar Capac. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die avond aan de Urubamba eigenlijk het meeste over hem te weten ben gekomen in al die 500 jaar. Zo openhartig als ik toen met hem heb gesproken heb ik dat later nooit meer.
<< wordt vervolgd>>

Rio Urubamba
Tinkunanchiskama
Inca Athahualpa









