Geachte lezer,
Ik wil u bij deze graag iets vertellen over een gebeurtenis die kort geleden plaatsvond. Rascar Capac vroeg mij op een donkere wintermorgen ineens of hij mocht vertrekken. Ik was nogal verbaasd aangezien ik hem nooit een strobreed in de weg heb gelegd. Ik heb mij in het algemeen niet zo beziggehouden met zijn doen en laten. Sterker nog, wanneer Rascar plotseling zijn hielen had gelicht zou het wel eens een paar maanden kunnen duren voordat ik het in de gaten zou hebben. “Maar waarheen wil je dan gaan?”, vroeg ik hem. Een poosje antwoordde hij niet, maar toen zei hij plotseling: “Naar mijn familie op de Galapagos Eilanden”. Nu was het mijn beurt om een poosje te zwijgen, had ik dat wel goed gehoord? De familie van Rascar Capac? Ja natuurlijk moet hij verwanten hebben, of in ieder geval hebben gehad, maar hij heeft het er met mij in al die tijd nooit over gehad.
“Waarom kom je daar nu ineens mee? Wat heeft jou ineens het idee gegeven dat jouw familie op de Galapagos Eilanden zit te wachten op jou? “ Ik begreep het eigenlijk steeds minder. Had Rascar mij, en iedereen die het maar wilde weten, niet laten weten dat hij afstammeling is van de voorvaderen der Incakoningen, de eerste Sapa Inca, van wie we nog niet weten of hij nu wel of niet heeft bestaan. Toegegeven, erg duidelijk is dat ook allemaal niet, maar om nu te komen met het verhaal dat zijn familie woont op de Galapagos Eilanden. U moet weten dat de Galapagos Eilanden, jawel die van Charles Darwin, ten tijde van het Incarijk niet tot het grondgebied van ons land behoorde (nu is het Ecuadoriaans). Eigenlijk wisten we niet eens van het bestaan van de eilanden. We hoorden wel eens verhalen over mensen die in kleine bootjes over de onafzienbare oceaan voeren, en over eilandbewoners die op de kusten van hun eiland enorme mensenhoofden hadden geplaatst om indringers af te schrikken (Paaseiland). Maar omdat Cuzco nu eenmaal de navel van de wereld was richtten wij onze blik niet over die Grote Oceaan.
Ik moet dus eerlijk zeggen dat ik niet veel geloof hechtte aan het verhaal van Rascar. Maar dat mocht ik absoluut niet laten merken, en doorvragen zou ongepast zijn. Daar denken wij Inca’s inderdaad heel anders over dan jullie hier in het Westen. Jullie leggen hier altijd iemand het vuur aan de schenen wanneer jullie twijfel hebben of iemand de waarheid spreekt. Waarschijnlijk iets wat jullie hebben geleerd van de Spaanse Inquisitie. Het “onder ede” horen van getuigen is ook zo iets. Wanneer bij mij een overijverige regeringsambtenaar op onjuiste gronden politieke steun had gegeven aan een agressieoorlog op duizenden kilometers afstand, dan zou ik hem bij mij roepen en hem voor de keuze stellen: of mij een geloofwaardig verhaal vertellen, of het rijk verlaten. Meestal verlieten ze dan het land. Maar ik dwaal een beetje af. Om kort te zijn, ik weet op dit moment nog niet het fijne over de motieven en de achtergronden van Rascar’s aanstaande vertrek. Zelf twijfel ik een beetje of hij zijn plan gaat doorzetten. Ik zie hem namelijk steeds vaker zitten op de terrasjes in Ollantaytambo en Sacsayhuaman. Iets wat hij in het verleden nooit deed. Rascar is namelijk helemaal niet zo’n uitgaanstype. Maar hij heeft mij nu wel erg nieuwsgierig gemaakt. Ik zal er achter komen wat hem bezielt. Tot zover moeten jullie het hiermee moeten doen. Maar ik kom er op terug, zo snel mogelijk.
Tinkunanchiskama
Inca Athahualpa









