Na de sores met de webcam, nu weer gewoon een opdracht in het kader van de cursus. Samen met collega’s documenten maken over allerlei onderwerpen. Zelf ben ik betrokken bij twee projecten, een gaat over gerechten uit alle delen van de wereld, de andere gaat over muziek (uit verschillende contreien, en van alle tijden). Het is zeer inspirerend. Wat die gerechten betreft, ik heb in het gezamenlijke stuk maar geen recept opgenomen voor het bereiden van cuy (cavia). Het is volgens mij niet echt een aantrekkelijk gerecht voor de teerhartige zielen in het welvarende Westen. Het gerecht heeft, al met al, een hoog “Flappie” gehalte.
In mijn tijd aten we overigens ook niet zo vaak Guinese Biggetjes (een andere naam voor dit knaagdier). Vaak wordt mij gevraagd waar cavia naar smaakt. Meestal antwoord ik dan uit balorigheid: naar kip. Het valt mij namelijk op dat mensen dit altijd zeggen, wanneer er wordt gevraagd hoe een exotische diersoort smaakt. Maar ik hoop er ook mee te bereiken dat mensen dan afzien van dit gerecht. Misschien is dat hypocriet, maar ik eet zelf ook nooit cavia.
U moet overigens wel bedenken dat wij vijfhonderd jaar geleden minder kieskeurig konden zijn dan jullie, vandaag de dag. Soms was er gewoon niks te eten en dan kauwden wij cocabladeren. Dat verdreef het hongergevoel en de kou. Ik vind het ook bij de spinnen af dat een commissie van de VN het kauwen van cocabladeren in onze landen wil verbieden. Volgens mij zitten daar de drugskartels achter. Die willen natuurlijk dat wij onze genotsmiddelen bij hen gaan kopen.
Overigens aten wij wel iets dat jullie toen nog niet kenden, maar waar jullie nu geen genoeg van kunnen krijgen: de aardappel. Frituren was er nog niet bij, maar stamppot kenden wij wel. De aardappels werden gekookt totdat ze uit elkaar vielen. Met een beetje melk van de vicogne werd dan een heerlijke puree gemaakt. U vraagt zich nu hoogst waarschijnlijk af waarom wij die stomme viervoeters niet zelf opaten. Dat is heel eenvoudig. Lama’s, vicogne’s, en alpaca’s zijn lastdieren, die ook nog wol leveren voor onze kleren. Bovendien smaken deze dieren ook nergens naar, nog niet eens naar kip. Dan houdt het volgens mij wel heel snel op.
Tinkunanchiskama!
Inca Athahualpa










